De onzakelijke lening binnen de terbeschikkingstellingsregeling: over ongebruikelijkheid en onwenselijkheid 

Bron: Forfaitair 2011/216, blz. 6-11 
Auteur(s): Richard Sour en Bauco Suvaal 
13-7-2011 

   

Sinds het arrest van de Hoge Raad van 9 mei 2008 (hierna: BNB 2008/191) staat de onzakelijke lening volop in de belangstelling. De Hoge Raad oordeelde voor de vennootschapsbelasting dat het afwaarderingsverlies op een onzakelijke lening niet aftrekbaar is. Onzakelijk betekent in dit kader dat de lening een zodanig debiteurenrisico kent dat een derde (een niet-gelieerde partij) de lening niet zou hebben verstrekt.

De onzakelijke lening heeft na BNB 2008/191 ook haar intrede gedaan in de terbeschikkingstellingsregeling (hierna: tbs-regeling) in de inkomstenbelasting. Meerdere hoven en advocaat-generaal Niessen hebben geconcludeerd dat de aanmerkelijkbelanghouder het afwaarderingsverlies op zijn onzakelijke tbs-vordering niet kan aftrekken in box 1. Er zijn echter tegengeluiden te horen in de literatuur en jurisprudentie. Verder komt de vraag op hoe de onzakelijke lening zich verhoudt tot een ander begrip dat specifiek van belang is voor de tbs-regeling, namelijk de in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling. In dit artikel inventariseren de auteurs de stand van zaken betreffende de onzakelijke lening in de tbs-sfeer.