Nieuwe benchmarkstudie van KPMG International naar BTW/GST  

Ondanks de wereldwijde verschuiving naar indirecte belastingen, blijft BTW bij de meeste organisaties onderbelicht.

Wereldwijd is duidelijk sprake van een verschuiving van directe naar indirecte belastingheffing.  Dit wordt gestaafd door de stijgende BTW / GST (Goods & Services Tax)-percentages, de invoering van nieuwe indirecte belastingen en ingrijpende hervormingen. Desondanks toont een nieuw vergelijkend onderzoek van KPMG International aan dat het toegenomen belang van BTW/GST bij de meeste organisaties niet op waarde wordt geschat. Er worden daardoor onvoldoende middelen beschikbaar gesteld om het toegenomen belang van BTW/GST in de organisatie te managen.

"De indirecte belastingperformance kan nu op mondiaal niveau worden vergeleken op basis van harde gegevens van meer dan 100 ondernemingen wereldwijd", aldus Leo Mobach, partner Indirect Tax bij KPMG Meijburg & Co.. "Wat tot op heden ontbrak is een set benchmarks die waardevol inzicht biedt in de wijze waarop ondernemingen wereldwijd hun BTW/GST-verplichtingen managen. Dankzij dit onderzoek zien we nu duidelijk dat de organisaties onvoldoende middelen of processen hebben om de toenemende complexiteit en omvang van wereldwijde BTW/GST-verplichtingen aan te kunnen. De investeringen in BTW/GST-management houden geen gelijke tred met de eisen van de mondiale hervormingen. Gelet op de omvang van de BTW/GST-bedragen die heden ten dage bij multinationale organisaties omgaan, vaak meer dan 5 miljard USD, resulteert dit in een aanzienlijk bedrijfsrisico."

Uit het onderzoek is gebleken dat iets minder dan 75% van de respondenten géén specifieke doelen heeft afgesproken met de Global Head of Indirect Tax of regionale of lokale BTW/GST manager om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de beheersing van de BTW/GST te meten. Bovendien heeft meer dan 65% van de ondernemingen überhaupt geen Global Head of Indirect Tax. Ook op de vraag of de onderneming op een andere wijze verantwoordelijken voor BTW/GST per regio heeft aangesteld, antwoordde meer dan 65% ontkennend. Van de ondernemingen die wel regionale verantwoordelijken hebben, is de overgrote meerderheid actief in de regio Europa, Midden-Oosten en Afrika (EMEA); bijna driemaal zoveel als in de regio's Azië-Pacific (ASPAC) en Latijns Amerika (LATAM).

Het aantrekken of opleiden van gespecialiseerde managers is duidelijk een wereldwijd probleem. De 34% van de organisaties die wel een Global Head of Indirect Tax heeft, zijn vooral in Europa gevestigd, met als koplopers het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland. Zelfs van de grootste wereldwijd opererende organisaties (omzet van meer dan 20 miljard USD) blijkt de helft geen Global Head of Indirect Tax te hebben. Bovendien verklaarde 75% van de respondenten dat ze wereldwijd ten hoogste 10 fulltime BTW/GST-specialisten hebben; net iets minder dan 10% gaf aan er 40 of meer te hebben.

Ook is niet duidelijk waar de verantwoordelijkheid voor BTW/GST ligt: 12% van de respondenten wist niet wie het uiteindelijke aanspreekpunt voor de BTW/GST is. Ongeveer de helft verklaarde dat dit een aan de Tax department gerelateerde functie is, terwijl de andere helft vindt dat het een aan de Finance department gerelateerde functie is. Bij grotere ondernemingen wordt de BTW/GST-verantwoordelijk vaker als een aan de Tax department gerelateerde functie gezien.

Gedocumenteerde processen voor het managen van BTW/GST zijn binnen ondernemingen maar beperkt aanwezig en de kwaliteit hiervan is mager. In de EMEA-regio heeft slechts 40% een beleid ter zake; in de ASPAC- en LATAM-regio's is dit amper 17%. Slechts 9% van de respondenten bestempelen hun beleid als uitstekend.

“Elke organisatie,” vervolgt Mobach, "moet duidelijk voor ogen hebben hoe ze mondiaal BTW/GST-management willen organiseren en aansturen. Het is daarbij essentieel dat de organisatie specifieke doelen stelt, zoals de beperking van risico's en de optimalisatie van de cashflow die BTW/GST met zich meebrengt. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van nieuwe technologieën binnen ERP-systemen of specifieke software. Maar er moeten ook kortetermijndoelen worden geformuleerd, op kleinere schaal, die jaarlijks kunnen worden gerealiseerd. Omdat gestelde doelen meetbaar moeten zijn, is het van wezenlijk belang dat alle multinationale ondernemingen serieus nagaan wat voor hen de meest geschikte kwalitatieve en kwantitatieve maatstaven zijn. Ook moeten ze een programma voor permanente verbetering instellen en in de loop der tijd aantonen dat echte bedrijfswaarde kan worden gegenereerd door indirecte belastingen beter te managen."

Om de wereldwijde benchmarks voor indirecte belastingen te volgen zal KPMG International jaarlijks een BTW/GST benchmark-studie houden. KPMG Global Indirect Tax Services verwacht dat dit onderzoek en navolgende studies ondernemingen zullen helpen hun prestaties te verbeteren dankzij de grotere zichtbaarheid en de introductie van uitdagender doelstellingen op het gebied van indirecte belastingen.

Aan dit onderzoek hebben 124 respondenten uit 27 landen meegewerkt. Van deze respondenten heeft 76% een omzet van meer dan 1 miljard USD en minstens 30% een omzet van meer dan 20 miljard USD.

Download hier het volledige rapport

Contact: Leo Mobach