Staatssecretaris van Financiën actualiseert besluit met toetsingskader voor fiscale kwalificatie van buitenlandse samenwerkingsverbanden  

 

23-12-2009 

Op 21 december 2009 heeft de staatssecretaris van Financiën een geactualiseerd besluit gepubliceerd over de kwalificatie van buitenlandse samenwerkingsverbanden. Het besluit geeft de (hernieuwde) kaders aan waarbinnen wordt getoetst of een buitenlands samenwerkingsverband voor de Nederlandse belastingheffing als een transparant of als een zelfstandig lichaam moet worden aangemerkt.

Het besluit is een actualisering van het besluit van 18 december 2004. Er zijn enkele nieuwe beleidsstandpunten opgenomen, de kwalificatievragen zijn deels geherformuleerd en nader toegelicht en de weging van de vragen is in de uitwerking iets veranderd.

Het besluit richt zich op de naar buitenlands recht opgerichte dan wel aangegane samenwerkingsverbanden die vergelijkbaar zijn met lichamen in de zin van de Nederlandse belastingwetgeving. Het besluit geldt niet voor rechtsvormen die vergelijkbaar zijn met de coöperatie, de vereniging, de stichting, het fonds voor gemene rekening, de trust en overige doelvermogens.

Voor zowel de vennootschapsbelasting, de inkomstenbelasting als de dividendbelasting is relevant of een samenwerkingsverband al dan niet transparant is. Als een lichaam transparant is, worden de resultaten namelijk toegerekend aan de participanten en niet aan het samenwerkingsverband zelf. Of en hoe het inkomen vervolgens in de heffing wordt betrokken, is afhankelijk van de aard van de participant. Een niet in Nederland gevestigd niet-transparant samenwerkingsverband kan onder omstandigheden buitenlands belastingplichtig zijn in Nederland.

Kapitaalvennootschappen (zoals een nv) zijn per definitie niet-transparant en personenvennootschappen (zoals een vof) zijn in beginsel juist wel transparant. Aan de hand van vier vragen (het toetsingskader) wordt getoetst of een naar buitenlands recht opgericht samenwerkingsverband al dan niet transparant is. Deze vragen zijn – in het kort:

  • of het samenwerkingsverband de juridische eigendom kan hebben van de vermogensbestanddelen waarmee het de activiteiten uitoefent;
  • of alle participanten beperkt aansprakelijk zijn;
  • of het samenwerkingsverband een in aandelen verdeeld kapitaal heeft;
  • en of er toetreding of vervanging van participanten kan plaatsvinden zonder dat toestemming nodig is van alle participanten (overdraagbaarheid).

Als na het beantwoorden van deze vragen in beginsel sprake is van een personenvennootschap, dan moet nog worden beoordeeld of sprake is van een samenwerkingsverband dat overeenkomt met een Nederlandse (open) commanditaire vennootschap, en of het lichaam als kapitaalvennootschap aan het economisch verkeer deelneemt. Als beide vervolgvragen ontkennend zijn beantwoord, is (inderdaad) sprake van een transparant lichaam.

Op de website van de Belastingdienst zal een indicatieve lijst worden opgenomen waarin is aangegeven tot welke uitkomst het toetsingskader bij de beoordeelde buitenlandse samenwerkingsverbanden heeft geleid. De belastingplichtige die zekerheid wil over de kwalificatie kan een verzoek doen aan de inspecteur.

Het besluit werkt terug tot en met de dagtekening van 11 december 2009. Er is verder voorzien in een overgangsregeling. Die houdt in dat de kwalificatie die voortvloeide uit het oude besluit van 2004 mag worden gehandhaafd tot de afsluiting van het tweede boekjaar volgend op het boekjaar waarin het nieuwe besluit in werking treedt.