Belastingdienst gaat tipgeld betalen in ruil voor gegevens over buitenlandse bankrekeninghouders 

 

6-11-2009 

Het Ministerie van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer bekendgemaakt dat de Belastingdienst heeft onderhandeld met een tipgever die tegen betaling informatie heeft verstrekt over, naar zeggen van de Belastingdienst, honderden Nederlandse spaarders die hun in het buitenland aangehouden banktegoeden niet hebben aangegeven. Met de tipgever is een beloning overeengekomen die afhankelijk is van de extra opbrengst voor de schatkist. De Belastingdienst verwacht op grond van deze gegevens forse navorderingsaanslagen met boetes op te leggen.

Tipgeld

Al eerder heeft de Belastingdienst gegevens ontvangen van buitenlandse bankrekeningen die door Nederlanders werden aangehouden. De Belgische fiscus heeft in 2001 door hem ontvangen gegevens van rekeninghouders bij de KB-Lux bank doorgespeeld. De Duitse belastingdienst heeft gegevens uitgewisseld over Nederlandse rekeninghouders met geld op geheime bankrekeningen in Liechtenstein. De Duitse belastingdienst had een fors bedrag betaald voor deze gegevens die een oud-werknemer van de bank in Liechtenstein zou hebben gestolen.

 

Het is niet duidelijk hoe de tipgever aan zijn gegevens komt, het zou gaan om tegoeden bij banken in ten minste twee Europese landen. Als deze gegevens niet op legale wijze zouden zijn verkregen en de Belastingdienst er vervolgens voor betaalt, rijst de vraag of de Nederlandse belastingdienst die gegevens zomaar mag gebruiken. De hoofdregel luidt dat de Belastingdienst geen gegevens mag gebruiken die op een manier zijn verkregen die zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat het gebruik van die gegevens ontoelaatbaar moet worden geacht. Uit de brief aan de Tweede Kamer blijkt dat de Belastingdienst op grond van deze informatie al vragenbrieven aan belastingplichtigen heeft gestuurd.

 

Inkeerregeling

Wanneer belastingplichtigen hun ten onrechte niet-opgegeven inkomsten (bijvoorbeeld banktegoeden in het buitenland) alsnog bij de Belastingdienst willen aangeven, kunnen zij gebruikmaken van de zogenoemde inkeerregeling. Belastingplichtigen die volledige openheid van zaken geven voordat zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de Belastingdienst of de FIOD/ECD hen op het spoor is, moeten uiteraard alle verschuldigde belasting met rente voldoen maar hen zal tot 1 januari 2010 op grond van de inkeerregeling geen boete worden opgelegd. Belastingplichtigen die al een vragenbrief hebben ontvangen, weten echter dat de Belastingdienst hen op het spoor is en kunnen daardoor geen gebruik meer maken van deze regeling.

Met ingang van 1 januari 2010 heeft een belastingplichtige nadat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan of aangifte had moeten doen, twee jaar de tijd om zonder boete zijn aangifte vrijwillig te verbeteren. Na het verstrijken van de termijn van twee jaar zal vrijwillig verbeteren niet meer zonder boete kunnen geschieden. Het is nog niet bekend hoe hoog de boetes zullen zijn voor iemand die na 1 januari 2010 buiten de termijn van twee jaar inkeert. Het blijft tot slot zaak een beroep op de inkeerregeling door een specialist van KPMG Meijburg & Co te laten begeleiden.