De Tweede Kamerleden Dezentjé Hamming (VVD) en Crone (inmiddels opgevolgd door achtereenvolgens de kamerleden Tang en Groot, allen PvdA) hebben op 12 juli 2006 een initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) ingediend. Dit wetsvoorstel beoogt de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij controlehandelingen van de Belastingdienst te verbeteren. Op 12 april 2011 heeft de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel aangenomen.
Het initiatiefwetsvoorstel
In de AWR is een aantal verstrekkende verplichtingen opgenomen ten aanzien van het verschaffen van informatie door belastingplichtigen aan de Belastingdienst, het verschaffen van informatie over derden door een groep van belastingplichtigen (de administratieplichtigen) en de administratieplicht. Het initiatiefwetsvoorstel voorziet in een rechtsgang bij de inlichtingenverplichtingen ten aanzien van de eigen belastingplicht of inhoudingsplicht. Voor de inlichtingenverplichtingen betreffende derden is alleen voorzien in een kostenvergoeding.
Het wetsvoorstel introduceert een zogenoemde informatiebeschikking. De inspecteur die een verzoek tot het verschaffen van inlichtingen doet, kan daarbij deze beschikking nemen. Hiertegen kunnen belastingplichtigen bezwaar en beroep aantekenen. Wanneer de inspecteur geen gebruik maakt van deze informatiebeschikking, is niet meer automatisch sprake van de zogenoemde omkering van de bewijslast (bewijslast rust op de belastingplichtige en is verzwaard) als de belastingplichtige niet aan de inlichtingenverplichting voldoet omdat hij van mening is dat het verzoek om inlichtingen onrechtmatig is.
Rechtsingang bij inlichtingenverplichtingen
In het thans aangenomen wetsvoorstel luidt de procedure kort weergegeven als volgt:
1. De inspecteur verzoekt om inlichtingen en gegevens of legt een administratieplicht op.
2. Wanneer niet wordt voldaan aan het verzoek of de verplichting, kan de inspecteur dit vaststellen in een zogenoemde voor bezwaar vatbare informatiebeschikking.
3. Vervolgens kan de belastingplichtige tegen de informatiebeschikking bezwaar en beroep instellen.
Indien de inspecteur geen beschikking afgeeft, kan later niet de bewijslast worden omgekeerd omdat de belastingplichtige niet aan zijn inlichtingenverplichtingen heeft voldaan.
Wanneer de rechter uiteindelijk oordeelt dat het verzoek om inlichtingen rechtmatig was, krijgt de belastingplichtige een termijn om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De bewijslast wordt dan niet omgekeerd als de belastingplichtige binnen die termijn de gegevens alsnog verstrekt. Alleen bij kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht hoeft de rechter geen termijn te geven. Oordeelt de rechter dat het verzoek om inlichtingen onrechtmatig was, dan hoeft de belastingplichtige uiteraard niet te voldoen aan het verzoek.
Kostenvergoeding belastingplichtige
Naast de hiervoor genoemde procedure kan de belastingplichtige in twee gevallen om een kostenvergoeding vragen. Het eerste geval is wanneer op grond van artikel 52 AWR een administratieverplichting is nagekomen waarvan de administratieplichtige achteraf meent dat deze onrechtmatig was. Verder kan om een kostenvergoeding worden gevraagd als een belastingplichtige heeft voldaan aan een verzoek om inlichtingen ten aanzien van een derde en achteraf van mening is dat het verzoek onrechtmatig is.
Conclusie
Dit voor de rechtsbescherming van belastingplichtigen belangrijke initiatiefwetsvoorstel heeft sinds de indiening in 2006 behoorlijke vertraging opgelopen, omdat het Ministerie van Financiën niet instemde met een eerdere versie ervan.
Het voorstel voorziet in een aanzienlijke verbetering van de rechtspositie van belastingplichtigen. Het neemt vooral de dreiging weg van de omkering van de bewijslast wegens het niet voldoen aan de inlichtingenverplichtingen wanneer een belastingplichtige het niet eens is met het verzoek van de inspecteur. Die laatste heeft zelf in de hand of hij de voor bezwaar vatbare beschikking neemt of niet. Doet hij dat niet, dan loopt hij wel de kans dat de gegevens niet worden verstrekt maar het controleproces loopt geen vertraging op. Belastingplichtigen met goede argumenten op grond waarvan ze menen dat bepaalde inlichtingen en gegevens niet hoeven te worden overgelegd, kunnen na invoering van dit voorstel hun argumenten voorleggen aan de rechter. Ook als ze uiteindelijk geen gelijk blijken te hebben, betekent dat niet een automatische omkering van de bewijslast, zoals dat nu wel het geval is. De rechter zal dan een redelijke termijn geven om alsnog aan de verplichtingen te voldoen.
Nu het wetsvoorstel door de Eerste Kamer is aangenomen, moet het door de regering worden bekrachtigd. De Staatssecretaris van Financiën heeft aangekondigd dat hij daarvoor een positief advies zal geven. Hij streeft naar inwerkingtreden van de wet per 1 juli 2011. Vanaf die datum zullen verzoeken om inlichtingen van de inspecteur onder de nieuwe regels vallen.