25-3-2010 

De Europese Commissie heeft Nederland en verschillende andere EU-lidstaten officieel verzocht om aanpassing van de belastingwetgeving die een onmiddellijke eindheffing oplegt aan ondernemingen die hun zetel of activa naar een andere lidstaat verplaatsen. Volgens haar zijn deze bepalingen onverenigbaar met de vrijheid van vestiging. De Commissie heeft dit bekend gemaakt in een persbericht van 18 maart 2010.

Het verzoek heeft de vorm van een met redenen omkleed advies en vormt de tweede stap in een al lopende inbreukprocedure die door de Commissie is gestart tegen België, Denemarken en Nederland. Het gaat daarbij om de volgende Nederlandse regelingen:

Inkomstenbelasting:

·         Afrekening over de vermogensbestanddelen van een in Nederland gedreven onderneming die worden overgebracht naar een in het buitenland gedreven onderneming en de ondernemer gelijktijdig of daarna emigreert vanuit Nederland;

·         Eindafrekening ingeval een onderneming wordt verplaatst naar het buitenland en de ondernemer ophoudt in Nederland winst uit onderneming te genieten.

Vennootschapsbelasting:

·         Afrekening over vermogensbestanddelen die zijn overgebracht naar een door de belastingplichtige gedreven onderneming buiten Nederland indien de vennootschap haar werkelijke leiding overbrengt naar het buitenland;

·         Eindafrekening bij onder andere overbrenging van vermogensbestanddelen nadat de feitelijke leiding van de vennootschap al was verplaatst naar het buitenland.

De Commissie baseert haar standpunt op het EU Verdrag zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Lasteyrie du Saillant (11 maart 2004) en de zaak N (7 september 2006), en op haar mededeling over exitheffingen uit december 2006. Het is niet toegestaan om reeds ontstane maar nog niet gerealiseerde meerwaarden op het tijdstip van vertrek onmiddellijk te belasten wanneer er geen soortgelijke eindafrekening wordt opgelegd in vergelijkbare binnenlandse situaties. Uit deze arresten volgt dat de lidstaten de inning van hun belastingen moeten uitstellen tot op het tijdstip dat de meerwaarden daadwerkelijk worden gerealiseerd.

Voor soortgelijke afrekeningsregels heeft de Europese Commissie Portugal en Spanje reeds voor het Hof van Justitie gedaagd. De Commissie heeft een vergelijkbare zaak tegen Zweden gesloten omdat het land inmiddels gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de Commissie.

Als Nederland niet binnen twee maanden gevolg geven aan het verzoek, kan de Commissie de zaak voor het Hof van Justitie van de Europese Unie brengen.