Op 21 juli 2011 heeft het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (HvJ) uitspraak gedaan in de zaak Scheuten Solar Technology. Het ging hierin om de vraag of het effectief niet in aftrek toestaan van rente op een groepsinterne lening is toegestaan onder de Interest- en royaltyrichtlijn.
Feiten
De zaak Scheuten Solar Technology (C-397/09) gaat over een situatie waarin sprake is van een bijtelling van rente op grond van Duitse regelgeving. De rente, betaald door een Duitse dochtermaatschappij aan haar Nederlandse moedermaatschappij, was voor toepassing van de vennootschapsbelasting (Körperschaftsteuer) aftrekbaar. Voor toepassing van de bedrijfsbelasting (Gewerbesteuer) werd de helft van de afgetrokken rente echter weer bij de grondslag geteld. Effectief leidt dit tot een aftrekbeperking. Het Bundesfinanzhof (BFH), de hoogste Duitse belastingrechter, heeft in deze zaak bij het HvJ een verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend. Een van de gestelde vragen houdt kort gezegd in of de Interest- en royaltyrichtlijn in de weg staat aan toepassing van een Duitse renteaftrekbeperking. In feite komt deze vraag erop neer of de Interest- en royaltyrichtlijn tot de aftrek van rente in het bronland verplicht.
De Interest- en royaltyrichtlijn beoogt dubbele heffing over interest en royalty's in bepaalde gelieerde verhoudingen te voorkomen. Artikel 1, lid 1 van de richtlijn bepaalt dat onder bepaalde voorwaarden uitkeringen van interest en royalty’s die in een lidstaat ontstaan, worden vrijgesteld van alle belastingen in die bronstaat, ongeacht of deze worden geheven door inhouding dan wel door middel van een aanslag. Scheuten Solar betoogt dat dit mede betekent dat aftrekbeperkingen verboden zijn, omdat het niet in aftrek toestaan leidt tot een verhoging van de belastbare winst en daarmee tot een verhoging van de te betalen belasting.
Beslissing HvJ
In navolging van de conclusie van de advocaat-generaal is het HvJ van oordeel dat de aftrekbeperking buiten het bereik van de Interest- en royaltyrichtlijn valt. Reden is onder andere dat de betrokken heffing niet wordt opgeroepen door de betaling van interest maar door een correctie op het totaalbedrag van de jaarwinst. De Nederlandse moedermaatschappij ontvangt het volle bedrag van de betaalde interest, zonder enige Duitse heffing daarover. Daarnaast bevat de richtlijn geen regels voor vaststelling van de winst bij de schuldenaar, aftrekbeperkingen daaronder begrepen. Het HvJ is van opvatting dat de Interest- en royaltyrichtlijn alleen is bedoeld om juridisch dubbele heffing weg te nemen. Dat wil zeggen: te voorkomen dat hetzelfde inkomen tweemaal bij de schuldeiser van de interest of royalty wordt belast, bijvoorbeeld eenmaal door middel van bronheffing in de bronstaat en nogmaals door heffing van winstbelasting in de woonstaat. Wat Scheuten Solar beoogt, ziet op winstvastelling bij de schuldenaar en die wordt volgens het HvJ niet door de richtlijn bestreken.
Belang voor Nederland
De Nederlandse Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) voorziet, net als de Duitse wetgeving, in diverse renteaftrekbeperkingen, zoals die in artikel 10d Wet Vpb gericht tegen 'thin capitalization' en artikel 10a Wet Vpb tegen kasrondjes. Bovendien komt er met ingang van 1 januari 2012 hoogstwaarschijnlijk ook nog een specifieke aftrekbeperking voor de rente betaald door zogenoemde overnameholdings. Nu het HvJ heeft geadviseerd om de Interest- en royaltyrichtlijn zo te interpreteren dat deze niet in de weg staat aan de Duitse renteaftrekperking, valt niet te verwachten dat het Hof anders zou adviseren wanneer de Nederlandse aftrekbeperkingen bij het HvJ zouden voorliggen. Dit laat op zich onverlet dat de renteaftrekbeperkingen, of bepaalde daarin begrepen elementen, nog strijdig zouden kunnen zijn met andere Europese regels. Hierbij kan worden gedacht aan de vrijheid van vestiging of de vrijheid van kapitaalverkeer, of aan bepalingen die zijn overeengekomen in belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met andere landen.