In de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is een regeling opgenomen ter voorkoming van relatief kleine waardegeschillen, de Fierensmarge. Op 22 oktober 2010 heeft de Hoge Raad echter geoordeeld dat deze regeling niet door de beugel kan.
De regeling van de Fierensmarge stelt dat WOZ-waarden worden geacht juist te zijn wanneer de afwijking in zowel relatieve als absolute zin binnen een bepaalde bandbreedte blijft. Wanneer dus de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld maar de afwijking binnen de bandbreedte valt, hoeft deze WOZ-waarde niet te worden aangepast. De regeling is in de Wet WOZ opgenomen in een streven om het aantal procedures te beperken. Een ander argument is dat de waardevaststelling in het kader van de Wet WOZ altijd is omgeven met bepaalde onzekerheidsmarges. Ten slotte is het argument genoemd dat het zou gaan om geringe bedragen.
Rechtsgeldigheid
In het berechte geval is de WOZ-waarde van een woning vastgesteld op € 99.000. Partijen zijn het erover eens dat deze € 95.000 moet zijn. Dit valt binnen de bandbreedte van de margeregeling en dus is de WOZ-waarde gehandhaafd. De rechtsgeldigheid hiervan is betwist en voorgelegd aan de rechter. De Hoge Raad heeft nu beslist dat deze margeregeling in alle gevallen buiten toepassing moet worden gelaten.
De beslissing is gebaseerd op wat is geregeld in het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Maatregelen die het ongestoorde genot van eigendom aantasten, waaronder het heffen van belasting, moeten zijn voorzien van procedurele garanties die aan betrokkenen een mogelijkheid bieden om de rechtmatigheid te betwisten. Een maatregel die niet aan deze primaire eis voldoet, is in strijd met het Protocol.
De vaststelling van de WOZ-beschikking moet voldoen aan de eis uit het Protocol, omdat de vaststelling van de WOZ-waarde plaatsvindt met het oog op het opleggen van belastingaanslagen. Een betwisting van de WOZ-waarde wordt in dit geval verhinderd door de margeregeling. De heffingsambtenaar is immers niet verplicht een onjuiste waardevaststelling aan te passen. Er zijn ook geen andere wegen om die te betwisten.
Effect op meerdere belastingen
Ook het laatste argument – dat het zou gaan om geringe bedragen – kan volgens de Hoge Raad niet worden aanvaard. De WOZ-waarde heeft invloed op de hoogte van diverse belastingen, waardoor het effect wel meer dan een geringe omvang kan hebben. Daarnaast is de waardevaststelling in het kader van de Wet WOZ steeds belangrijker geworden, bijvoorbeeld voor de schenk- en erfbelasting bij woningen. Daarbij is op het moment van vaststellen van de WOZ-waarde ook niet altijd meteen duidelijk welke gevolgen dit heeft voor de belastingheffing.