Besluit over bestrijding en ontmanteling van structuren met afgezonderd particulier vermogen 

 

2-9-2011 

 

Het komt voor dat belastingplichtigen hun vermogen onderbrengen in buitenlandse rechtsfiguren, zoals trusts, Antilliaanse Stichtingen Particulier Fonds, Liechtensteinse Stiftungen, Anstalts en Genossenschaften en Panama Foundations, met het doel om het vermogen buiten het zicht van de Belastingdienst te houden. Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft een besluit uitgebracht om belastingplichtigen die dergelijke afgezonderde particuliere vermogens (apv’s) ten onrechte niet hebben aangegeven dit alsnog te laten doen door hen tegemoet te komen met de zogenoemde inkeerregeling.

 

Apv’s worden sinds een wetswijziging in 2010 in beginsel fiscaal toegerekend aan de inbrenger. Dat is niet het geval als het apv afzonderlijk aan een heffing is onderworpen die naar Nederlandse begrippen reëel is. Reëel vertaalt zich hier als heffing naar een tarief van ten minste 10%. Als reactie daarop hebben sommige trusts en buitenlandse stichtingen waarin apv’s zijn ondergebracht hun zetel verplaatst naar jurisdicties die een dergelijke heffing kennen. In het besluit geeft Weekers aan dat de Belastingdienst kritisch zal bekijken of deze verplaatsingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Ook zijn in 2009, vooruitlopend op de wetswijziging, apv-structuren ontmanteld waarbij de vermogensbestanddelen zijn uitgekeerd aan de insteller of naaste verwanten. Ook hier zal de Belastingdienst kritisch bekijken of geen fiscale claim verloren gaat.

 

Ten slotte bevat het besluit een goedkeuring: belastingplichtigen kunnen alsnog openheid van zaken geven over hun al dan niet ontmantelde apv-structuren onder de zogeheten inkeerregeling. De Belastingdienst zal dan met de belastingplichtige naar een totaaloplossing zoeken. De belastingplichtige of zijn adviseur dient dit vóór 1 december 2011 te melden bij de Belastingdienst. Op grond van de inkeerregeling hanteert de Belastingdienst lagere boetes dan normaal gesproken als de belastingplichtige een onjuiste of onvolledige aangifte doet. Indien sprake is van inkeer binnen twee jaren, blijft een boete volledig achterwege. Voorwaarde is dat de belastingplichtige niet weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de Belastingdienst ervan op de hoogte is dat de belastingplichtige een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan. In dat geval is de inkeerregeling namelijk niet meer van toepassing.