Deze site maakt gebruik van cookies. Lees onze policy.

Inlenersaansprakelijkheid voorkomen: versoepelde voorwaarden per 1 juli 2012 

 

3-7-2012 

Inleners van arbeidskrachten kunnen het risico lopen aansprakelijk te worden gesteld voor de loonheffingen en omzetbelasting die de uitlener, bijvoorbeeld een uitzendbureau, niet heeft betaald. Een onderneming kan deze aansprakelijkheid voorkomen als zij aan bepaalde voorwaarden voldoet. Dat volgt uit een akkoord dat is gesloten tussen het Ministerie van Financiën, organisaties uit de uitzendbranche, de Stichting Normering Arbeid en het VNO-NCW. Daarin is afgesproken dat de voorwaarden met ingang van 1 juli 2012 wijzigen. Wie aan de gewijzigde voorwaarden voldoet, kan voorkomen dat hij aansprakelijk wordt gesteld als achteraf blijkt dat de uitlener te weinig loonheffingen of omzetbelasting heeft afgedragen. De nieuwe regeling heet de ‘disculpatieregeling inlenersaansprakelijkheid’.

 Voorwaarden per 1 juli 2012
De voorwaarden waaraan een inlener per 1 juli 2012 moet voldoen, zijn:

  1. De uitzendonderneming waarvan de arbeidskrachten worden ingeleend, voldoet aan de zogenoemde NEN 4400-1- of de NEN 4400-2-norm en is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA). Dit register is te vinden op: www.normeringarbeid.nl.
  2. De inlener moet 25% van het factuurbedrag (inclusief omzetbelasting) storten op de G-rekening van de in het SNA-register opgenomen uitzendonderneming. Als op de omzetbelasting de verleggingsregeling van toepassing is, moet 20% van het factuurbedrag worden gestort.
  3. De betaling op de G-rekening moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

·         De factuur van de uitlener voldoet aan de eisen die de Wet op de omzetbelasting 1968 daaraan stelt.

·         Het nummer of het kenmerk van de overeenkomst waarop de factuur betrekking heeft, wordt vermeld.

    • Het tijdvak of de tijdvakken waarop de gefactureerde prestatie betrekking heeft, wordt vermeld.
    • De benaming of het kenmerk van het werk wordt vermeld.
  1. Bij de betaling dient ook het factuurnummer te worden vermeld en voor zover van toepassing, de andere identificatiegegevens van de factuur.
  2. De administratie van de inlener moet zodanig zijn ingericht dat daarin de gegevens over de inlening, de manurenadministratie en de betalingen direct kunnen worden teruggevonden.
  3. De identiteit van de ingeleende werknemers moet kunnen worden aangetoond.
  4. Voor zover van toepassing moet kunnen worden aangetoond dat de ingeleende werknemers over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikken. 

Alternatief voor het storten op de G-rekening
Voor inleners die zaken doen met in een OESO-land beursgenoteerde uitzendondernemingen geldt in principe niet de voorwaarde dat 25% van het factuurbedrag op de G-rekening moet worden gestort. De inlener kan het gehele factuurbedrag overmaken aan de uitzendonderneming en toch een beroep doen op deze disculpatieregeling. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat de desbetreffende uitzendonderneming is vermeld in het SNA-register en een verklaring van de Belastingdienst heeft waaruit blijkt dat zij zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de loonheffingen en omzetbelasting. De hiervoor opgesomde administratievereisten blijven ook gelden bij de betaling aan deze beursgenoteerde uitzendorganisaties.

Overgangsregeling
De gewijzigde voorwaarden gelden alleen voor stortingen op de G-rekening die gedaan zijn ná 1 juli 2012 en betrekking hebben op tijdvakken ná 1 juli 2012. Voor alle overige gevallen blijft het oude regime van toepassing. Dit betekent dat inleners alleen vrijwaring kunnen krijgen tot het bedrag dat zij op de G-rekening van de uitlener hebben gestort.