Op Prinsjesdag, 15 september 2009, heeft het kabinet de Miljoenennota 2010 gepresenteerd en het Belastingplan 2010 aangeboden aan de Tweede Kamer. Het Belastingplan 2010 bestaat uit de volgende wetsvoorstellen:
- het Belastingplan zelf;
- Overige fiscale maatregelen 2010;
- Fiscale vereenvoudigingswet 2010;
- Wet uniformering loonbegrip;
- Fiscale onderhoudswet 2010; en
- Wet afschaffing vliegbelasting.
Dit jaar staan de voorgestelde fiscale maatregelen in het teken van het eenvoudiger en aantrekkelijker maken van ondernemen. Veel voorgestelde maatregelen treden in werking op 1 januari 2010. Dit zijn de hoofdlijnen van het Belastingplan.
Vennootschapsbelasting
Een versoepeling wordt voorgesteld van de huidige regeling voor laagbelaste beleggingsdeelnemingen in de deelnemingsvrijstelling. Deze versoepeling beoogt een eenvoudiger en zekerder toepassing van deze regeling. De voorstellen komen grotendeels overeen met de voorstellen die zijn gedaan in de consultatienota van 15 juni jl., waarbij rekening is gehouden met de reacties op deze nota. De voorgestelde wijzigingen zien hoofdzakelijk op de invoering van een oogmerktoets, een versoepeling van de bezittingentoets en een meer praktische invulling van de onderworpenheidstoets, waarbij deze laatste twee factoren als ‘safe harbors’ zullen dienen. De huidige fiscale behandeling van hybride leningen wordt onder deze voorstellen niet gewijzigd. Ten aanzien van sfeerovergangen wordt uitgegaan van compartimentering.
Ter verdere stimulering van innovatieve activiteiten wordt voorgesteld om de per 1 januari 2007 voor de vennootschapsbelasting ingevoerde octrooibox te verruimen en te hervormen tot een innovatiebox. Het (effectief) tarief zal worden verlaagd van 10% naar 5% en de huidige plafonds worden afgeschaft. Daarnaast worden, zoals al eerder was aangekondigd, de verliezen op innovatieve activiteiten aftrekbaar tegen het (hoge) normale tarief van 25,5%.
Het wetsvoorstel bevat een tijdelijke maatregel die belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting de mogelijkheid biedt om te kiezen voor het verlengen van de huidige achterwaartse verliesverrekening (carry-back) van één jaar tot drie jaar. In ruil hiervoor wordt de huidige voorwaartse verliesverrekening ingekort van negen jaar tot zes jaar. Met elk van de extra winstjaren kan maximaal € 10.000.000 worden verrekend. De maatregel geldt alleen voor de belastingjaren 2009 en 2010.
Bepaalde investeringen die in 2010 worden gedaan, kunnen onder voorwaarden versneld worden afgeschreven in 2010 en 2011 (met een maximum van 50% per jaar). Dit betreft een verlenging met één jaar van een eerder in werking getreden crisismaatregel voor 2009.
Om investeringen in duurzame en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen nog meer te stimuleren worden de budgetten van de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek structureel verhoogd. Daarnaast wordt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek geïntensiveerd.
Verder valt op dat, ondanks de eerdere consultatie op dat terrein, het pakket vooralsnog geen rentemaatregelen bevat. Dus noch een voorstel voor de invoering van de rentebox, noch voorstellen om de renteaftrek te beperken. Het lijkt dan ook niet waarschijnlijk dat de wetgeving op dat vlak per 1 januari 2010 zal gaan wijzigen.
Inkomstenbelasting
Bevorderen van ondernemerschap
- De mkb-winstvrijstelling in de inkomstenbelasting gaat gelden zonder dat aan het urencriterium hoeft te worden voldaan.
- De mkb-winstvrijstelling wordt verhoogd van 10,5% naar 12%.
- Voor niet-startende ondernemers wordt de zelfstandigenaftrek beperkt tot winstinkomen, maar deze gaat niet verloren bij onvoldoende winst (maximaal negen jaar voortwenteling).
Doorschuifregeling bij schenken en vererven aanmerkelijkbelangaandelen
In de inkomstenbelasting is het onder huidig recht mogelijk om bij vererving van een aanmerkelijk belang (meer dan 5% van de aandelen in een onderneming) gebruik te maken van een doorschuifregeling. Vanaf 2010 kan dat ook bij het schenken van een aanmerkelijk belang, maar dan alleen voor zover de bv waarvan deze aandelen worden doorgeschoven een materiële onderneming drijft. Dit vereiste gaat straks ook gelden voor de doorschuifregeling bij vererven van aanmerkelijkbelangaandelen, zodat deze faciliteit dus straks niet meer van toepassing is bij beleggingsvermogen. Hierover zal dan in beginsel moeten worden afgerekend.
Verbetering terbeschikkingstellingsregelingEen directeur-grootaandeelhouder (dga) die vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan zijn bv wordt daarvoor progressief belast in box 1. Niet alleen de inkomsten zijn belast, maar ook een eventuele boekwinst als de terbeschikkingstelling eindigt. Deze regeling wordt op een aantal punten verzacht:
- Een ter beschikking gesteld pand kan - alleen in 2010 - worden ingebracht in die bv zonder heffing van inkomstenbelasting (door middel van doorschuiven van de boekwaarde) en zonder de heffing van overdrachtsbelasting.
- De terbeschikkingsteller krijgt een faciliteit die vergelijkbaar is met de mkb-winstvrijstelling.
- De terbeschikkingsteller krijgt recht op toepassing van de herinvesteringsreserve en de kostenegalisatiereserve.
- De betalingsfaciliteit voor de terbeschikkingstellingsregeling wordt versoepeld.
Persoonsgebonden aftrek
Bij een gift in de vorm van een lijfrente aan een algemeen nut beogende instelling geldt een aftrekpost in box 1 ter grootte van de termijn van de lijfrente. Betaalde alimentatietermijnen zijn eveneens aftrekbaar in box 1. Daarnaast komt in beide gevallen de contante waarde van de schuld in mindering op de rendementsgrondslag van box 3. Aan die laatste aftrekpost komt een einde met ingang van 30 december 2009.
Verzekerd banksparen wordt uitgebreid
Banksparen kan met ingang van 2010 ook voor een goudenhanddrukstamrecht, maar niet voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en lijfrenten voor meerderjarige invalide (klein)kinderen. Een geblokkeerd banksaldo bestemd voor de kosten van de begrafenis valt straks wel onder de vrijstelling in box 3.
Successierechtschulden
Vorderingen en schulden inzake erfbelasting worden voortaan in aanmerking genomen in box 3.
Loonheffing
Vereenvoudiging van het loonbegrip
Er komt één loonbegrip voor loonbelasting, premieheffing volks- en werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (ZVW). Dit levert niet alleen een aanzienlijke vermindering van de administratieve lasten op, maar ook een belangrijke vereenvoudiging van de loonstrook. Naar verwachting zal dit pas worden doorgevoerd per 1 januari 2011 of 2012. Verder zullen veel regels vervallen door de nieuwe werkkostenregeling. Nu zijn er bijvoorbeeld nog 29 categorieën van vrije vergoedingen en verstrekkingen door de werkgever. In plaats daarvan komt voor een groot aantal soorten vergoedingen een vrijstelling van 1,5% van de fiscale loonsom. Boven dat bedrag kan nog wel een eindheffing aan de orde zijn. Voor een aantal soorten kosten, bijvoorbeeld reiskosten, studiekosten, extraterritoriale kosten en verhuiskosten in het kader van bedrijfsverplaatsing, gaat het 1,5% forfait niet gelden, maar kan onder omstandigheden een hogere belastingvrije vergoeding worden toegekend. Naar verwachting zal de werkkostenregeling pas met ingang van 1 januari 2011 worden ingevoerd.
Versoepeling gebruikelijkloonregeling
Voor de hoogte van het loon van een dga die werkzaamheden verricht voor de bv wordt uitgegaan van het zogenoemde gebruikelijk loon, de in de markt gebruikelijke beloning voor vergelijkbare arbeid. De gebruikelijkloonregeling is straks niet meer van toepassing als het gebruikelijke loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar. In deze gevallen hoeft geen loonadministratie te worden opgezet, tenzij de bv feitelijk loon betaalt.
Andere maatregelen
De verplichte inkomensafhankelijke bijdrage ZVW komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt een ZVW werkgeversheffing die meeloopt met de premiegrens voor de werknemersverzekeringen. De ingewikkelde teruggave van te veel betaalde ZVW premie bij meerdere dienstbetrekkingen verdwijnt. Het werknemersdeel WW-premie zal in de toekomst niet meer voorkomen in de loonadministratie. De franchise voor de WW wordt afgeschaft. Voor de WW-premie hoeven geen aparte gegevens meer te worden bijgehouden. Verder is er geen verschil meer tussen de loonheffing en premieheffing over bijtelling privégebruik auto en levensloopinleg en -opname.
Dividendbelasting
In de voorwaarden voor toepassing van de inhoudingsvrijstelling bij uitkeringen van winst aan EU-moedervennootschappen komen de rechtsvormeis en de onderworpenheidseis te vervallen. Voor uitkeringen aan instellingen vergelijkbaar met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling of een vbi gaat de inhoudingsvrijstelling echter niet gelden.
Btw
Het verlaagde btw-tarief van 6% gaat gelden voor een aantal nieuwe categorieën:
- Schilder- en stukadoorswerk. Voor schilderen en stukadoren was het btw-tarief tijdelijk verlaagd naar 6%. Deze verlaging wordt nu permanent. Verder wordt een van de voorwaarden voor de regeling versoepeld: het huis hoeft slechts twee jaar of ouder te zijn (dit was vijftien jaar of ouder). De nieuwe regeling treedt al op 15 september 2009 in werking, en sluit aan bij de sinds 1 juli 2009 geldende maatregel betreffende het verlaagde btw-tarief voor isolatiewerkzaamheden aan woningen.
- Digitale informatie. Tot nu toe gold het verlaagde btw-tarief van 6% alleen voor boeken op schrift. Omdat steeds meer lesmateriaal in digitale vorm verschijnt, zal het verlaagde btw-tarief van 6% ook gaan gelden voor digitale educatieve informatie. Hierbij kan men denken aan educatieve cd-roms, cursussen op dvd’s en lesmateriaal op andere fysieke gegevensdragers. Voorts zal het verlaagde btw-tarief van 6% gaan gelden voor luisterboeken.
- Schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen. Ook voor schoonmaakwerk in woningen zal het verlaagde btw-tarief van 6% gaan gelden.
Twee al bestaande btw-vrijstellingen voor beroepsonderwijs en jeugdzorg worden aangepast.
De zogenoemde integratieheffing op goederen die in het eigen bedrijf zijn vervaardigd, zal worden aangepast aan de eisen van de Europese btw-richtlijn. Deze aanpassing zal gepaard gaan met een redelijke overgangstermijn.
Formeelrechtelijke wijzigingen
Het kabinet stelt een aantal wijzigingen van formeelrechtelijke aard voor die enerzijds vereenvoudiging en minder regeldruk beogen en anderzijds tot een strengere handhaving leiden.
Vereenvoudigingen
- De aanvangsdatum voor het berekenen van de heffingsrente voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting wordt gewijzigd van 1 juli van het belastingjaar naar 1 januari van het daaropvolgende belastingjaar.
- Indien op een aanslagbiljet heffingsrente, revisierente, een betalingskorting of het verzamelinkomen is vermeld, zal bezwaar en beroep tegen de aanslag ook geacht worden gericht te zijn tegen die bedragen (en vice versa).
- Een voorlopige aanslag inkomstenbelasting zal kunnen worden herzien zonder officieel bezwaar te maken. De termijn voor het maken van bezwaar tegen een afgewezen herzieningsverzoek inzake de voorlopige aanslag wordt verlengd tot de datum van opleggen van de definitieve aanslag.
- De beslissing die volgt op een verzoek om ambtshalve vermindering voor de inkomstenbelasting wordt voor bezwaar en beroep vatbaar.
- De inspecteur krijgt voor zijn beslissing op een verzoek om teruggaaf btw een termijn conform de Algemene wet bestuursrecht (in beginsel maximaal acht weken).
Strengere handhaving
- De wettelijke voorwaarden waaronder de inspecteur mag navorderen of een beschikking mag herzien, worden aanzienlijk versoepeld. Bij een voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbare fout in de aanslag mag de inspecteur voortaan ook navorderen. Het is niet van belang hoe die fout is ontstaan.
- Naheffing van ten onrechte teruggegeven omzetbelasting naar aanleiding van een door de belastingplichtige of inhoudingsplichtige gedaan verzoek wordt ook mogelijk.
- Er zal heffingsrente over verschuldigde erfbelasting worden berekend vanaf acht maanden na overlijden. Over schenkbelasting zal geen heffingsrente in rekening worden gebracht.
- De verzuimboete wegens het niet, niet tijdig of niet volledig doen van aangifte voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, schenk- en erfbelasting wordt verviervoudigd.
- Er wordt voortaan ook een verzuimboete opgelegd wegens het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, schenk- en erfbelasting.
- Voor het niet voldoen aan een flink aantal fiscale verplichtingen, waaronder het tijdig verzoeken om een aangiftebiljet of het toegang verlenen tot een bedrijfsgebouw, gaat een verzuimboete worden opgelegd. Op dit moment is het niet voldoen aan die verplichtingen nog een strafbaar feit.
- De maximale verzuimboetes zullen voortaan eens in de vijf jaar worden geïndexeerd. Deze boetes zullen de komende vijf jaar maximaal € 4.920 bedragen.
Bestuurdersaansprakelijkheid
De melding van betalingsonmacht in verband met de bestuurdersaansprakelijkheid zal alleen nog schriftelijk, op papier of digitaal via de website van de Belastingdienst, mogelijk zijn. Deze wijziging treedt op een nader te bepalen tijdstip in werking.
Auto
De bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak zal ingaande 1 januari 2011 of 1 januari 2012 ook als loon worden aangemerkt voor de premies werknemersverzekeringen.
Voor elektrische auto’s van zaak geldt de komende twee jaar geen bijtelling voor het privégebruik. De daaropvolgende drie jaren bedraagt de bijtelling 7%. Verder wordt de BPM-vrijstelling voor elektrische auto’s verlengd tot 2018 omdat dan naar verwachting de afbouw van de BPM is voltooid. Dit hangt samen met de invoering van een kilometerbeprijzing.
Het tarief van de motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s gaat naar nul. Onder zeer zuinige auto’s worden personenauto’s verstaan met een CO2-uitstoot van maximaal 95 g/km (diesel) of maximaal 110 g/km (benzine). Verder zullen zeer zuinige auto’s en elektrische auto’s worden aangemerkt als bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
De BPM-heffing in de periode 2009-2013 wordt geleidelijk omgezet van een heffing op basis van catalogusprijs naar een heffing op basis van CO2-uitstoot. De bonus-malusregeling gebaseerd op het relatieve energielabel en de CO2-toeslag wordt per 2010 afgeschaft.
De BPM-korting voor zuinige auto’s wordt verhoogd van € 500 naar € 700 om het verschil tussen zuinige auto’s en zeer zuinige auto’s niet te groot te laten worden. Zuinige auto’s in dit kader zijn benzineauto’s met een CO2-uitstoot tussen 110 en 120 g/km en dieselauto’s met een CO2-uitstoot tussen 95 en 104 g/km.
Overdrachtsbelasting
De vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor verkrijging van een monumentenpand wordt afgeschaft. Deze vrijstelling was op grond van rechtspraak net uitgebreid tot particulieren en niet aangewezen rechtspersonen. De vrijstelling zal worden vervangen door een subsidieregeling van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.