De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat de MKB-winstvrijstelling voor een evenredig deel moet worden toegerekend aan de winst die een ondernemer in het buitenland behaalt met behulp van een vaste inrichting. Dat leidt tot een lagere voorkoming van dubbele belasting.
Het betrof een Nederlandse ondernemer die een deel van zijn winst behaalde met behulp van een vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk. De winst van de vaste inrichting is vrijgesteld ter voorkoming van dubbele belasting. De vrijstelling wordt berekend aan de hand van de 'voorkomingsbreuk'. Dit is de fractie van de inkomstenbelasting over het totale inkomen in box 1 dat aan de vaste inrichting wordt toegerekend en dus wordt vrijgesteld. De teller van de voorkomingsbreuk is de winst die kan worden toegerekend aan de buitenlandse vaste inrichting. De noemer is de totale wereldwijd behaalde ondernemingswinst en eventueel nog ander inkomen in box 1; de voorkoming van dubbele belasting wordt voor de inkomstenbelasting namelijk per box berekend.
Op ondernemingswinst komt sinds 2007 de MKB-winstvrijstelling in mindering. In 2012 bedraagt deze aftrekpost 12% van de ondernemingswinst, waardoor het effectieve toptarief voor ondernemingswinst 45,8% is in box 1. De ondernemer wilde de MKB-winstvrijstelling volledig in mindering brengen op zijn in Nederland te belasten ondernemingswinst. De Hoge Raad oordeelde echter dat de MKB-winstvrijstelling voor een evenredig deel in mindering moet worden gebracht op de winst die aan de buitenlandse vaste inrichting is toe te rekenen, wat tot een lagere voorkoming van dubbele belasting leidt.
Geen overeenkomstige toepassing goedkeuring ondernemersaftrek
De ondernemer beriep zich op de goedkeuring van de staatssecretaris in een besluit voor de ondernemersaftrek, een andere aftrekpost voor ondernemers in de inkomstenbelasting. De ondernemersaftrek mag namelijk wel volledig in mindering worden gebracht op de aan Nederland toe te rekenen ondernemingswinst. De Hoge Raad ziet echter geen reden om de goedkeuring voor de ondernemersaftrek op overeenkomstige wijze toe te passen op de MKB-winstvrijstelling wegens de wetssystematische verschillen tussen beide aftrekposten.
Geen strijd met vrijheid van vestiging
Verder betoogde de ondernemer dat het gegeven dat hij minder profijt heeft van de MKB-winstvrijstelling in vergelijking met een ondernemer die zijn winst wel volledig in Nederland behaalt, in strijd is met de vrijheid van vestiging volgens het EU-recht. Ook dit argument kan volgens de Hoge Raad niet slagen. Nederland moet er bij de berekening van voorkoming van dubbele belasting voor zorgen dat aftrekposten die verband houden met de persoonlijke situatie en de gezinssituatie van belastingplichtigen – die dus de fiscale draagkracht betreffen – niet effectief geheel of gedeeltelijk verloren gaan. De MKB-winstvrijstelling is echter niet zo’n aftrekpost, omdat zij slechts aanknoopt bij de winst uit onderneming.