Nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Verenigd Koninkrijk binnenkort in werking 

 

20-12-2010 

Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk dat in september 2008 werd ondertekend, is op 14 december 2010 goedgekeurd door de Eerste Kamer. Daarmee is het nu zeer waarschijnlijk geworden dat het verdrag nog dit jaar in werking zal treden, omdat het in het Verenigd Koninkrijk al in februari 2009 was geratificeerd. Daarom is aannemelijk dat het verdrag in Nederland vanaf 1 januari 2011 kan worden toegepast. In het Verenigd Koninkrijk zal dat voor de vennootschapsbelasting per 1 april 2011 zijn en voor de inkomsten- en vermogenswinstbelasting per 6 april 2011. 

Het nieuwe verdrag is een integrale herziening van het huidige verdrag, dat voor het laatst bij protocol in 1989 is gewijzigd. Het staat in het teken van een verdere stimulering van de economische betrekkingen tussen beide landen en het voorkomen van het ontgaan van belasting.  

Vervallen 'corporate tiebreakerbepaling'
De bepaling die ziet op de dubbele woonplaats van vennootschappen wordt vervangen door een bepaling waarbij de woonplaats onder het verdrag van een dergelijke vennootschap niet langer wordt bepaald door de plaats waar de werkelijke leiding is gevestigd als 'tiebreaker', maar deze wordt afhankelijk gesteld van overeenstemming tussen de beide verdragslanden. Daarbij wordt ernaar gestreefd binnen een halfjaar duidelijkheid te kunnen geven. 

Indien een vennootschap voor inwerkingtreding van het verdrag volgens de nationale wet van de verdragstaten inwoner was van zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk en de vestigingsplaats van deze vennootschap is bepaald door middel van de tiebreaker uit het oude verdrag, dan hoeft geen verzoek voor de overlegprocedure te worden ingediend, mits de feiten en omstandigheden ongewijzigd blijven. De plaats van vestiging wijzigt in dat geval niet. 

Dividenden
Voor deelnemingsdividenden onder het oude verdrag geldt een maximum van 5% dividendbelasting voor aandelenbelangen van ten minste 25%. Onder het nieuwe verdrag worden deelnemingsdividenden vrijgesteld van dividendbelasting bij een aandelenbelang van 10% of meer. In de praktijk verandert er weinig voor deelnemingsdividenden. In Nederland geldt al langer een vrijstelling: sinds 2007 bij aandelenbelangen vanaf 5%. In het Verenigd Koninkrijk is er in de regel geen bronheffing op dividenden.  

Een vrijstelling van dividendbelasting wordt ook voorgeschreven voor dividenden betaald aan pensioenfondsen en charitatieve instellingen, dit ongeacht het aandelenbelang. Onder het huidige Nederlandse verdragsbeleid kunnen dergelijke entiteiten onder omstandigheden overigens ook aanspraak maken op verdragsvoordelen. 

Voor dividenden aan particulieren en vennootschappen met een aandelenbelang onder de 10% wordt het dividendbelastingtarief verlaagd van 15% naar 10%. 

Interest en royalty's
De vrijstellingen van bronheffing op interest en royalty's onder het oude verdrag worden voortgezet onder het nieuwe verdrag.  

Vermogenswinsten
De mogelijkheid wordt ingevoerd om de vervreemdingswinst op aandelen in bepaalde vastgoedvennootschappen te belasten in de staat waarin het vastgoed zich bevindt. Voorlopig kan dit recht onder het Nederlandse nationale belastingrecht niet worden geëffectueerd. Daarnaast wordt een additionele bepaling ingevoerd in verband met de vervreemding van aandelen door een voormalige inwoner van een van de verdragstaten. Deze bepaling lijkt vooral gericht op Britse aandeelhouders die emigreren naar Nederland. 

Directeursbeloningen
Ingevolge het nieuwe verdrag kunnen alle door een bestuurder in zijn hoedanigheid van lid van de raad van bestuur genoten beloningen worden belast in de staat waar het lichaam is gevestigd waarvan hij bestuurder is, indien en voor zover deze beloningen toerekenbaar zijn aan de activiteiten die verricht zijn in die staat. Indien de bestuurder de desbetreffende activiteiten in zijn woonstaat of in een derde staat verricht, komt het heffingsrecht over de met deze activiteiten samenhangende beloningen voortaan toe aan de woonstaat van de bestuurder. Onder het oude verdrag wordt de heffing toegedeeld aan het land waar het lichaam is gevestigd ongeacht waar de activiteiten zijn verricht, tenzij de beloning samenhangt met activiteiten voor een vaste inrichting die gesitueerd is in de woonstaat van de bestuurder.  

Pensioenen
Het onderscheid tussen heffing over pensioenen opgebouwd in publieke en private dienstbetrekking is verdwenen. Dit moet leiden tot een verlichting van administratieve lasten.

Pensioenen blijven in beginsel alleen belastbaar in de woonstaat. De situaties waarbij pensioenen in de andere staat mogen worden belast, worden echter uitgebreid. De aftrekbaarheid van pensioenpremies betaald aan een erkende pensioenregeling in het andere land wordt in het nieuwe verdrag ook expliciet geregeld.  

Onderling overlegprocedure
Het nieuwe verdrag voorziet in de mogelijkheid tot arbitrage op verzoek van de belastingplichtige. Samengevat leidt arbitrage tot een bindende uitspraak over de belastingheffing als de heffing door de belastingautoriteiten in een concreet geval niet in overeenstemming is met het verdrag, en onderling overleg tussen hen binnen een termijn van twee jaar niet heeft geleid tot een oplossing.  

Informatie-uitwisseling
De bepalingen voor informatie-uitwisseling in belastingzaken en internationale bijstand bij de invordering van belastingschulden zijn OESO-conform gemoderniseerd.  

Overige
Het nieuwe verdrag bevat verschillende wijzigingen die van belang kunnen zijn voor uiteenlopende situaties. Zo zien sommige daarvan op de verdragsgerechtigdheid van hybride entiteiten en van personen die gebruik willen maken van de Britse 'non-domiciled-residentbepalingen', en andere op het voorkomen van misbruik.