De werkkostenregeling: een update 

 

30-6-2010 

Met ingang van 1 januari 2011 treedt de werkkostenregeling in werking. Deze vervangt het huidige systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen. De introductie van de werkkostenregeling wijzigt niet alleen ingrijpend de inhoud van de Wet op de loonbelasting 1964. Ook zal de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 worden vervangen door de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (UR LB 2011). Het Ministerie van Financiën heeft onlangs ter consultatie een conceptversie gepubliceerd van de UR LB 2011. Tot slot is het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2010 ingediend. Hierin is nog een aantal wijzigingen voorgesteld voor de werkkostenregeling.

Systematiek werkkostenregeling in hoofdlijnen
Vergoedingen en verstrekkingen van kosten horen in principe tot het loon. Feitelijk is echter geen belasting verschuldigd als de vergoeding/verstrekking door de werkgever is aangewezen als eindheffingsbestanddeel, en deze binnen de algemene vrijstelling valt van 1,4% van de totale fiscale loonsom, of gericht is vrijgesteld. Daarnaast is geen belasting verschuldigd als de verstrekking op nihil wordt gewaardeerd. Gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen komen kortom dus niet ten laste van de algemene vrijstelling (ook wel forfaitaire ruimte genoemd).

Loon in natura wordt op basis van de hoofdregel gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer. Met ingang van 2011 is dit in beginsel de factuurwaarde (inclusief btw). Een aantal bestanddelen van loon in natura wordt echter in afwijking van de hoofdregel op een andere wijze gewaardeerd. Deze bestanddelen zijn opgenomen in de concept-UR LB 2011.

Concept-UR LB 2011
De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de loon-in-natura-bestanddelen die op nihil worden gewaardeerd óf worden gewaardeerd op een lager bedrag dan de waarde in het economisch verkeer.

Nihilwaarderingen

Onder de werkkostenregeling worden de volgende loonbestanddelen op nihil gewaardeerd wanneer deze geheel of gedeeltelijk op de werkplek worden gebruikt of verbruikt:

  • voorzieningen waarvan het niet gebruikelijk is deze elders te gebruiken of verbruiken (het genot van de inrichting van de werkplek in brede zin, de parkeerplaats op het terrein van de werkgever, e.d.);
  • voorzieningen, in redelijkheid, die rechtstreeks voortvloeien uit het arbeidsomstandighedenbeleid dat de werkgever voert op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (een beeldschermbril, speciale isolerende en beschermende kleding, stoelmassage, e.d.);
  • consumpties, in redelijkheid, die geen deel uitmaken van een maaltijd (koffie, thee, snacks, etc.);
  • ter beschikking gestelde kleding, indien de kleding (nagenoeg) uitsluitend is geschikt om tijdens de vervulling van de dienstbetrekking te worden gedragen (zoals uniformen en de doorwerkjas in de bouw), evenals ter beschikking gestelde kleding die achterblijft op de werkplek. Een logo op zich kan niet (meer) zorgen voor een nihilwaardering;
  • ter beschikking gestelde hulpmiddelen, waaronder computers en dergelijke apparatuur, gereedschappen en toebehoren die voor meer dan 90% zakelijk worden gebruikt (notebooks, netbooks, gereedschapskisten, e.d.). Ook vakliteratuur die op de werkplek wordt verstrekt, valt onder het begrip 'gereedschap' en onder deze bepaling;
  • ter beschikking gestelde communicatiemiddelen – niet zijnde computers en dergelijke apparatuur – waarvan het zakelijk gebruik meer dan 10% bedraagt (smartphones, e.d.).

 Overige nihilwaarderingen

Tevens zullen de volgende loonbestanddelen onder voorwaarden op nihil worden gewaardeerd:

  • ter beschikking gestelde openbaarvervoerkaart of voordeelurenkaart;
  • rentevoordeel uit personeelsleningen die betrekking hebben op de eigen woning van de werknemer;
  • rentevoordeel uit personeelsleningen die betrekking hebben op de aanschaf van een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter
  • ziektekostenregeling in eigen beheer bij de werkgever.

Forfaitaire waarderingen

Een aantal bestanddelen van loon in natura wordt lager gewaardeerd dan de waarde in het economisch verkeer. Deze lagere waarde wordt forfaitair bepaald. Onder de werkkostenregeling worden de volgende loonbestanddelen forfaitair gewaardeerd wanneer deze geheel of gedeeltelijk op de werkplek worden gebruikt of verbruikt:

  • maaltijden; de forfaitaire waardering is nog niet bekendgemaakt, maar zal in lijn liggen met de huidige forfaitaire normen voor kantinemaaltijden;
  • huisvesting; € 10 per dag, inclusief het eventuele genot van energie, water en bewassing;
  • inwoning; € 5 per dag, inclusief het eventuele genot van energie, water en bewassing;
  • conditie- en krachttraining: € 200 per kalenderjaar;
  • kinderopvang; aantal uur maal vastgestelde uurprijs.

Daarnaast geldt nog een forfaitaire waardering van het rentevoordeel van een (laagrentende) personeelslening waarvoor geen nihilwaardering geldt. Het forfaitaire normpercentage is nog niet bekendgemaakt. Tot slot wordt de waarde van het genot van de ter beschikking gestelde dienstwoning ten hoogste gesteld op 18% van het jaarloon.

Fiscale verzamelwet 2010
De algemene vrijstelling van de werkkostenregeling bedraagt 1,4% van de loonsom. In het wetsvoorstel is onder andere opgenomen dat een aanpassing van de loonsom nodig kan zijn als daarin loon uit vroegere dienstbetrekking is begrepen. Dit laatste hoort niet tot de grondslag als het totale bedrag van loon uit vroegere dienstbetrekking meer bedraagt dan 10% van de totale loonsom. Deze wijziging beoogt te voorkomen dat de grondslag voor de bepaling van de forfaitaire ruimte voor de actieve werknemers op onbedoelde wijze wordt vergroot.