Plan van aanpak Topteam Hoofdkantoren gepresenteerd 

 

20-6-2011 

In februari 2011 zijn in het kader van het nieuwe bedrijfslevenbeleid door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI) een tiental Topteams in het leven geroepen. Deze Topteams zijn samengesteld uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden. Op 17 juni 2011 hebben zij hun plannen van aanpak gepresenteerd. Ook het Topteam Hoofdkantoren heeft, na het houden van inputgesprekken en een verzoek om schriftelijke bijdragen, zijn actieagenda bekend gemaakt. Hieronder volgt een overzicht van de fiscaalgerelateerde onderwerpen uit de rapportage van (met name) het Topteam Hoofdkantoren.

Het huidige vestigingsklimaat
Uit de meeste onderzoeken komt naar voren dat het vestigingsklimaat in Nederland relatief goed is. Naast de geografische ligging zijn de twee belangrijkste vestigingsfactoren een concurrerend en stabiel belastingklimaat en de aanwezigheid van talent. Overige belangrijke factoren zijn de aanwezigheid van mainports, de goede fysieke en digitale infrastructuur, de internationale oriëntatie, het leefklimaat, de politieke en sociale stabiliteit en hoogwaardige financiële, zakelijke, creatieve en logistieke dienstverlening. Als meest positieve aspecten van het Nederlandse fiscale klimaat zijn vaak genoemd:

1.     Het relatief stabiele fiscale klimaat met een relatief laag vennootschapsbelastingtarief.

2.     Het zeer uitgebreide en goede belastingverdragennetwerk.

3.     Het verkrijgen van zekerheid vooraf van de Belastingdienst.

4.     De deelnemingsvrijstelling en de afwezigheid van bronheffing op rente en royalties.

Breed toepasbare wensen zijn het bieden van rechtszekerheid via een uitstekend verdragennetwerk (onder meer met de economisch opkomende landen) en het waarborgen van zo mogelijk uitgebreid horizontaal toezicht door de Belastingdienst. Daarnaast moeten fiscale instrumenten effectiever worden ingezet, zie ook hierna.

Fiscale behandeling deelnemingsrente
Op 14 april 2011 heeft staatssecretaris Weekers van Financiën de Fiscale agenda namens het kabinet naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin vermeldde de staatssecretaris dat de voorzitter van het Topteam Hoofdkantoren was gevraagd een opinie te formuleren over de fiscale behandeling van deelnemingsrente (het zogenoemde Bosalgat, heel kort gezegd: deelnemingsrente aftrekbaar, deelnemingsvoordelen onbelast). In zijn rapport geeft het Topteam aan dat de grote meerderheid van de door het Topteam geconsulteerde partijen de aftrek van deelnemingsrente zien als een belangrijk element van het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat voor hoofdkantoren, zeker in het licht van het belastingklimaat in de ons omringende landen en de voorgenomen verbeteringen aldaar. In een separate brief over de deelnemingsrente van de voorzitter van het Topteam Hoofdkantoren aan het kabinet wordt een (eenzijdige) generieke beperking van de deelnemingsrente dan ook ontraden vanwege een sterk negatief effect op het vestigingsklimaat en op de buitenlandse expansie van Nederlandse ondernemingen (inclusief MKB). Wel is de voorzitter van het Topteam Hoofdkantoren van mening dat misbruik moet worden tegengegaan, waarbij echter moet worden gewaarborgd dat alleen onzakelijke constructies worden bestreden.

Aftrek research en development (R&D)
In het Coalitieakkoord (2010) is afgesproken dat innovatie- en ondernemerschapsubsidies worden verlaagd maar dat dit wordt gecompenseerd door € 500 miljoen lastenverlichting via de vennootschapsbelasting en de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO; verhoging van de afdrachtvermindering in de loonbelasting). Door onder andere het Topteam Hoofdkantoren wordt nu voorgesteld om de lastenverlichting in te vullen door het introduceren van de volgende fiscale stimuleringsregelingen.

Een aftrek op de niet-loonkosten van R&D

·         Een fiscale regeling in de winstsfeer (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) die beoogt de R&D-exploitatiekosten en R&D-investeringen (dus niet de loonkosten) effectief te verlagen. Deze regeling zou moeten bestaan naast de huidige WBSO-regeling, die alleen de loonkosten subsidieert.

·         De regeling zou moeten worden vormgegeven als een extra aftrek via een heffingskorting: 25% van de kosten van R&D-investeringen in bedrijfsmiddelen en 25% van de R&D-exploitatiekosten worden in mindering gebracht op de jaarlijks verschuldigde inkomsten- of vennootschapsbelasting. De belasting wordt daarbij niet verder verlaagd dan tot nihil. Eventueel niet verrekende belastingverminderingen zouden wel moeten worden verrekend met de belasting die is verschuldigd in andere jaren (carry back/carry forward, afhankelijk van wat voor de onderneming van toepassing is).

Een aftrek voor publiek-private samenwerking
Deze fiscale aftrek zou ertoe moeten leiden dat de uitgaven voor R&D-activiteiten van ondernemingen die worden uitgevoerd in samenwerking met een Nederlandse kennisinstelling (zoals bijvoorbeeld een universiteit, TNO etc.) voor 50% extra in mindering worden gebracht op de jaarlijks verschuldigde inkomsten- of vennootschapsbelasting. Hiervoor geldt dat het onderzoek preconcurrentieel moet zijn, dat het onderzoek wordt gedaan in een publiek-private samenwerking en dat meerdere bedrijven in dit samenwerkingsverband participeren. Wij merken op dat de voorwaarde dat wordt samengewerkt met een Nederlandse kennisinstelling mogelijk strijdigheid oplevert met het EU-recht.

Dividendbelasting
Het rapport vermeldt dat met de afschaffing van de dividendbelasting een groot budgettair beslag gemoeid zou zijn dat gedekt zou moeten worden door maatregelen die met name binnenlandse ondernemingen treffen. Dit acht het Topteam niet verstandig. De respondenten die voor handhaving van de deelnemingsrenteaftrek pleiten zijn overigens voorstander van de afschaffing van de dividendbelasting, onder verwijzing naar een aantal concurrerende landen die hetzelfde hebben gedaan.

Mocht de deelnemingsrente (gedeeltelijk) in aftrek worden beperkt dan stelt het Topteam voor om met de opbrengst daarvan de dividendbelasting te moderniseren. Gedacht wordt aan het eenzijdig afzien van dividendbelasting in verdragssituaties danwel aan een combinatie van minder vergaande maatregelen.

30%-regeling
In Nederland werkzame expats kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor de 30%-regeling. Onder deze fiscale faciliteit kan de werkgever aan deze buitenlandse werknemers een belastingvrije vergoeding verstrekken in verband met de extra kosten die het werken buiten het land van herkomst met zich brengt. Volgens het rapport wordt deze regeling als een enorm pluspunt in het vestigingsklimaat gezien en bijna iedereen pleit dan ook voor minimaal handhaving dan wel voor soepele toepassing van de regeling. Van belang is ook een snelle afhandeling van de aanvragen door de Belastingdienst. Er wordt één knelpunt geconstateerd bij de 30%-regeling. Buitenlanders die in Nederland aan de universiteit promoveren worden na de afronding van hun promotietraject volgens fiscale wetgeving als ingezetene beschouwd. Hierdoor kunnen ze in Nederland niet als expats aan de slag, terwijl dit juist het type kenniswerkers is dat Nederland wil behouden. Gepleit wordt om de regeling te verruimen voor deze specifieke doelgroep.

Innovatiebox/WBSO
De innovatiebox wordt als een zeer nuttige en belangrijke verrijking van het fiscaal klimaat voor R&D gezien. Een knelpunt dat hierbij wel een aantal keren wordt gesignaleerd is de behandeling door de Belastingdienst van de innovatiebox. Gepleit wordt voor het schrappen van enkele knellende voorwaarden, verbetering van de uitvoering en verruiming van de innovatiebox naar bijvoorbeeld contract R&D (R&D in opdracht van derden).

Gesuggereerd wordt verder de WBSO te verruimen, bijvoorbeeld door verhoging van het plafond.

Daarnaast merken wij op dat het Topteam Chemie de overheid adviseert over te gaan tot een extra fiscale aftrek voor WBSO/innovatiebox voor het MKB. Het Topteam Creatieve industrie adviseert deze faciliteiten voor de gehele creatieve industrie open te stellen.

Status en vervolg
Het is van belang te onderkennen dat het hier voorstellen van onafhankelijke Topteams betreft en dus geen wettelijke voorstellen of door het kabinet geuite voornemens om tot bepaalde wetgeving te komen. Wel heeft de minister van ELI al positief gereageerd op het voorstel om een fiscale aftrek voor de kosten van onderzoek en ontwikkeling te introduceren. Hetzelfde geldt voor het voorstel om de samenwerking tussen publieke en private partijen fiscaal te stimuleren. De minister heeft aangegeven beide voorstellen met de staatssecretaris van Financiën uit te werken en er direct na de zomer (dus nog voor Prinsjesdag) op terug te komen. Bij de uitwerking zal aandacht worden besteed aan de effectiviteit, de Europeesrechtelijke en budgettaire aspecten en de uitvoeringskosten.

Fiscale agenda
In reactie op een verzoek van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën in een brief van 9 juni 2011 bevestigd voor welke onderwerpen uit de Fiscale agenda met Prinsjesdag (20 september 2011) wetsvoorstellen zullen worden aangeboden. Het wetsvoorstel Vennootschapsbelasting zal bestaan uit de volgende onderwerpen: beperking overnameholdings, objectvrijstelling vaste inrichtingen, aanpassing buitenlands aanmerkelijk belang en tariefverlaging. Op 30 juni 2011, vlak voor het zomerreces, staat een algemeen overleg van de vaste commissie voor Financiën gepland over onder andere de brief van 9 juni 2011. Op 12 september 2011 staat een notaoverleg over de Fiscale agenda gepland.