Inkeren na twee jaar kan vanaf 2010 niet meer zonder een boete van 15% 

 

4-1-2010 

De staatssecretaris van Financiën is actief bezig om niet-aangegeven banktegoeden in het buitenland op te sporen. Eén van de middelen die hij daarbij inzet, is de verhoging vanaf 1 juli 2009 van de boete voor niet-aangegeven box 3-inkomen naar maximaal 300%. Belastingplichtigen die gebruik maken van de zogenoemde inkeerregeling konden tot 1 januari 2010 een boete vermijden. Vanaf 2010 kan echter ook aan inkeerders een boete van 15% worden opgelegd.

In het belastingrecht kunnen voor (onder meer) de inkomstenbelasting boetes worden opgelegd wanneer een belastingplichtige opzettelijk een te lage aangifte doet of wanneer het aan zijn grove schuld of opzet is te wijten dat te weinig belasting is geheven. Deze vergrijpboetes kunnen oplopen tot maximaal 100% van de te weinig of niet geheven belasting. Alleen voor inkomen uit sparen en beleggen in box 3 kan sinds 1 juli 2009 een maximale boete van 300% van de te weinig geheven belasting worden opgelegd.

Inkeerregeling
Wanneer belastingplichtigen hun ten onrechte niet-opgegeven banktegoeden in het buitenland alsnog bij de Belastingdienst willen aangeven, kunnen zij gebruikmaken van de inkeerregeling. Belastingplichtigen die volledige openheid van zaken geven voordat zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de Belastingdienst of de FIOD/ECD hen op het spoor is, moeten uiteraard alle verschuldigde belasting met rente voldoen. Tot 1 januari 2010 kregen inkeerders echter geen boete opgelegd. Na 1 januari 2010 heeft een belastingplichtige nog slechts twee jaar de tijd om zonder boete openheid van zaken te geven na het doen van een te lage aangifte inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting of erf- en schenkbelasting.

Gematigde boete van 15% bij inkeer na twee jaar
In een nieuw Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst is uitgewerkt dat de boete bij een vrijwillige verbetering wordt gematigd tot 15% van de te weinig betaalde belasting als de belastingplichtige na verloop van twee jaar na het doen van een te lage aangifte tot inkeer komt. Voor niet-aangegeven box 3-inkomen betekent dit dat de boete van maximaal 300% wordt gematigd naar 5% van het wettelijk maximum. Dat levert immers een boete van 15% van de te weinig betaalde belasting op.

Navorderingstermijn
Wanneer het gaat om buitenlands spaargeld, kan de Belastingdienst tot twaalf jaar terug (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting opleggen over het niet-opgegeven rendement op die tegoeden. De inkeerregeling geldt overigens niet alleen voor buitenlands spaargeld, maar voor alle binnenlandse of buitenlandse ten onrechte niet-opgegeven inkomsten.