Aanpassing wetsvoorstel verhoging fiscale pensioenrichtleeftijd: in 2014 verhoging in één stap van 65 naar 67 jaar 

 

8-2-2012 

Het wetsvoorstel in verband met de verhoging van de pensioenleeftijd voorzag in een verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd in twee stappen van één jaar: in 2013 van 65 naar 66 jaar en in 2015 van 66 naar 67 jaar. Op verzoek van de pensioenuitvoerders is dit per nota van wijziging veranderd in een verhoging in één stap van twee jaar: van 65 naar 67 jaar in 2014.

De pensioenuitvoerders hebben te kennen gegeven dat zij een inwerkingtreding van de verhoging van de pensioenrichtleeftijd per 2013 niet kunnen verwerken. Verder lieten zij weten er de voorkeur aan te geven de verhoging van de pensioenrichtleeftijd in twee stappen van één jaar te vervangen door één stap van twee jaar. Zo kunnen de administratieve lasten worden verminderd die pensioenuitvoerders als gevolg van de overgang ondervinden.

Het kabinet is tegemoetgekomen aan het verzoek van de pensioenuitvoerders. Hierdoor gaat de aanpassing van de AOW-inbouw echter ook pas een jaar later in. In lijn met de aanpassing van de verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd wordt met de nota van wijziging voorgesteld ook de aanpassing van de opbouwruimte voor individuele inkomensvoorzieningen (ook wel bekend als de derde pijler) en de fiscale oudedagsreserve zodanig te wijzigen dat per 2014 één stap ineens wordt gemaakt.

Daarnaast heeft het kabinet besloten tegemoet te komen aan het verzoek om een regeling te treffen die bewerkstelligt dat de zogenoemde 100%-begrenzing in de Wet op de loonbelasting 1964 een collectieve aanpassing van opgebouwde pensioenaanspraken aan de nieuwe pensioenrichtleeftijd niet zal verhinderen.