Met ingang van 1 januari 2009 is in verband met de economische crisis de regeling voor tijdelijke willekeurige afschrijving ingevoerd. Deze regeling geldt voor bepaalde, nieuwe bedrijfsmiddelen waarvoor in 2009 of 2010 aanschafverplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt. Als voorwaarde geldt onder andere dat de bedrijfsmiddelen in gebruik zijn of worden genomen vóór 1 januari 2012 respectievelijk 2013.
De regeling kan niet worden toegepast op alle bedrijfsmiddelen. Zo komen bijvoorbeeld gebouwen, immateriële vaste activa, bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn om ter beschikking te worden gesteld aan derden (anders dan kortstondige verhuur aan opeenvolgende huurders) en personenauto’s (enkele uitzonderingen daargelaten) niet in aanmerking voor tijdelijke willekeurige afschrijving.
Verruiming met terugwerkende kracht tot 2009
De Minister van Financiën heeft de regeling voor tijdelijke willekeurige afschrijving nu met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 verruimd:
· Het plafond van 50% geldt alleen voor het jaar waarin de aanschafverplichting is aangegaan of de voortbrengingskosten zijn gemaakt.
· Het restant kan nu in één of meer van de volgende jaren willekeurig worden afgeschreven, in plaats van alleen nog in het tweede jaar (en zonder plafond van 50%).
De aanpassing is doorgevoerd om een onbedoelde beperking van de willekeurige afschrijving te voorkomen die kan optreden door een samenloop met het betalingscriterium. Het betalingscriterium schrijft namelijk voor dat de willekeurige afschrijving voorafgaande aan de ingebruikname van het bedrijfsmiddel niet groter kan zijn dan het bedrag dat voor de aanschafverplichting is betaald of dat aan voortbrengingskosten is gemaakt. Zo kan het voorkomen dat de willekeurige afschrijving niet ten volle kan worden benut. In de toelichting bij de wijziging noemt de Minister van Financiën het volgende voorbeeld.
Voorbeeld
Een belastingplichtige gaat eind 2009 verplichtingen aan voor de aankoop van een bepaald bedrijfsmiddel. In 2010 wordt 60% betaald en in 2011 de overige 40%. Begin 2011 wordt het bedrijfsmiddel geleverd en in gebruik genomen.
Onder de oude regeling kon alleen in 2010 50% willekeurig worden afgeschreven. In 2009 is immers nog geen willekeurige afschrijving mogelijk, omdat het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen en niet is voldaan aan het in dat geval geldende betalingscriterium. Verder kon in 2011 en de jaren daarna niet willekeurig worden afgeschreven, omdat willekeurige afschrijving alleen kon plaatsvinden – mits was voldaan aan het betalingscriterium – in het investeringsjaar (hier 2009) en het daaropvolgende jaar (hier 2010).
Onder de nieuwe regeling kan in 2010 60% willekeurig worden afgeschreven en het restant in het jaar of de jaren daarna.