Beleid voor deeltijdpensioen versoepeld 

 

7-9-2011 

Staatssecretaris Weekers van Financiën versoepelt het beleid voor werknemers die hun pensioen vervroegd laten ingaan en blijven doorwerken. De eis dat het werk in gelijke mate moet verminderen wordt losgelaten zolang de vervroegde ingangsdatum niet voor het bereiken van de 60-jarige leeftijd valt.

 

Het oude beleidsstandpunt is dat de reglementaire ingangsdatum van het pensioen (ouderdomspensioen, vroegpensioen, tijdelijk overbruggingspensioen of prepensioen) niet mag worden vervroegd voor zover de arbeidsinkomsten na die vervroegde datum blijven doorlopen. De achterliggende gedachte is dat het pensioen een inkomensvoorziening is die fiscaal wordt gefaciliteerd om het verlies van arbeidsinkomsten op te vangen. Als een werknemer zijn pensioen vervroegd laat ingaan zonder dat hij dienovereenkomstig in arbeidsinkomsten achteruitgaat, voldoet de fiscale faciliteit niet langer aan die doelstelling. De sanctie is zwaar: de gehele pensioenaanspraak wordt dan op de vervroegde ingangsdatum belast.

 

In de praktijk is echter gebleken dat dit standpunt belemmerend werkt voor het kabinetsbeleid dat de arbeidsparticipatie van ouderen wil stimuleren en daarbij flexibele oplossingen wil bieden voor situaties van doorwerken naast (gedeeltelijk) vervroegd pensioen. Weekers heeft daarom na afstemming met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het beleid versoepeld voor werknemers die hun pensioen vervoegd laten ingaan, maar niet eerder dan dat zij de 60-jarige leeftijd hebben bereikt. In dat geval zal voortaan niet worden getoetst of de arbeidsinkomsten dienovereenkomstig verminderen.

 

Als het pensioen vervroegd ingaat voor het bereiken van de 60-jarige leeftijd, blijft wel de eis gelden dat de arbeidsinkomsten in gelijke mate verminderen.