Wetsvoorstel Vierde tranche Awb aanvaard: vanaf 1 juli ook bestuurlijke boeten mogelijk voor belastingadviseurs en bedrijfsfiscalisten 

25-6-2009 

Op 23 juni 2009 heeft de Eerste Kamer de wetsvoorstellen ‘Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht’ en ‘Aanpassingswet vierde tranche Awb’ aangenomen. Het wetsvoorstel ‘Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht’ bevat drie onderwerpen: bestuursrechtelijke geldschulden, bestuurlijke handhaving - in het bijzonder de bestuurlijke boete - en attributie. Voor het belastingrecht is de bestuurlijke boete het belangrijkste onderwerp. Met ingang van 1 juli 2009 kunnen ook boeten worden opgelegd aan de belastingadviseur en de bedrijfsfiscalist.

Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is het mogelijk om een bestuurlijke boete op te leggen aan de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige. Met ingang van 1 juli 2009 bestaat de mogelijkheid om ook bestuurlijke boeten op te leggen aan medeplegers. De in de AWR neergelegde gedragingen die kunnen leiden tot het opleggen van een boete worden voortaan met ‘overtreding’ aangeduid. De overtreder is degene die de overtreding pleegt of medepleegt. Voor het fiscale boeterecht kan bij een medepleger worden gedacht aan de belastingadviseur of de bedrijfsfiscalist. Het begrip ‘medeplegen’ sluit aan bij het strafrecht en vereist een bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering. Verder is opgenomen dat overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. Dit betekent dat bij een rechtspersoon ook de feitelijk leidinggever (bijvoorbeeld een bedrijfsfiscalist) kan worden beboet.

Hoogte boeten

Voor wat betreft de hoogte van de aan medeplegers op te leggen boeten zal waarschijnlijk worden aangesloten bij de bedragen en percentages zoals die gelden voor de belastingplichtige zelf. Er is op dit moment nog geen afzonderlijk beleid bekend gemaakt of aangekondigd met betrekking tot de oplegging en matiging van boeten die worden opgelegd aan belastingadviseurs of bedrijfsfiscalisten.

In de Eerste Kamer is namens de Minister van Justitie nog opgemerkt dat het zeker niet de bedoeling is om tot specifiek beleid te komen dat is gericht op de beboeting van belastingadviseurs of bedrijfsfiscalisten.