Wetsvoorstel Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen 

 

22-6-2011 

Op 8 april 2011 heeft het Ministerie van Financiën bij persbericht een wetsvoorstel aangekondigd dat in het kort de mogelijkheid biedt om valutawinsten op deelnemingen te belasten als valutaverliezen op deelnemingen eerder in aftrek zijn gebracht door een belastingplichtige. De Raad van State heeft op 1 juni 2011 zijn advies over dit wetsvoorstel uitgebracht en op 20 juni 2011 is het gewijzigde voorstel van wet aangeboden aan de Tweede Kamer.

Huidige behandeling valutaresultaten
Op basis van de huidige stand van de wet en jurisprudentie vallen valutaresultaten op deelnemingen in Nederland onder de deelnemingsvrijstelling: positieve valutaresultaten zijn vrijgesteld van de fiscale winst, negatieve valutaresultaten zijn niet aftrekbaar van de fiscale winst.

Arrest Deutsche Shell – aftrek valutaverliezen?
Op 28 februari 2008 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) arrest gewezen in de zaak Deutsche Shell. Op basis van dit arrest zouden belastingplichtigen het standpunt kunnen innemen dat valutaverliezen op deelnemingen toch ten laste van de fiscale winst kunnen worden gebracht.

In het Deutsche Shell-arrest draaide het om de behandeling van valutaverliezen op het vermogen dat door een in Duitsland gevestigd lichaam, Deutsche Shell, was geïnvesteerd in een Italiaanse vaste inrichting, het zogeheten dotatiekapitaal. De Italiaanse vaste inrichting werd in 1992 ingebracht in een Italiaanse dochteronderneming van Deutsche Shell en vervolgens werd deze deelneming verkocht. De verkoopopbrengst werd in Duitsland behandeld als een terugbetaling van het in de vaste inrichting gestorte dotatiekapitaal. Hier realiseerde Deutsche Shell een valutaverlies op. Het valutaverlies kon zowel bij de berekening van de Duitse winst (het resultaat van de vaste inrichting werd vrijgesteld), als bij de vaststelling van het resultaat in Italië (de winst werd in lokale valuta berekend, waardoor er geen valutaverlies werd gerapporteerd) niet in aanmerking worden genomen.

Het HvJ EU heeft in dit arrest beslist dat het in strijd is met het Europese recht – de vrijheid van vestiging – dat in Duitsland geen rekening wordt gehouden met het geleden valutaverlies.

In het persbericht van 8 april 2011 merkt de Staatssecretaris van Financiën op dat gebleken is dat een aantal belastingplichtigen het standpunt inneemt dat op basis van het Deutsche Shell-arrest valutaverliezen op deelnemingen ook aftrekbaar zouden zijn.

Omdat de staatssecretaris van mening is dat de deelnemingsvrijstelling onverkort van toepassing is op valutaresultaten, en valutaverliezen dan ook niet aftrekbaar zijn, zal inname van dit standpunt door belastingplichtigen resulteren in rechtszaken. Als op basis van deze rechtszaken inderdaad zou blijken dat valutaverliezen in bepaalde gevallen aftrekbaar zijn, dan leidt dit tot de onevenwichtige situatie dat valutaverliezen aftrekbaar zijn, terwijl valutawinsten zijn vrijgesteld.

In het licht hiervan heeft de staatssecretaris ervoor gekozen om met een regeling te komen die in het kort de mogelijkheid biedt om valutawinsten op deelnemingen te belasten als valutaverliezen op deelnemingen eerder in aftrek zijn gebracht door een belastingplichtige.

Voorgestelde behandeling valutaresultaten
De staatssecretaris heeft ervoor gekozen om een tussenregeling in te voeren. Dit houdt verband met de bestaande onzekerheid over de aftrek. Pas wanneer de rechtszaken definitief zijn afgewikkeld, wordt namelijk duidelijk of valutaverliezen inderdaad aftrekbaar zijn.

In het wetsvoorstel Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen is nu geregeld dat valutawinsten op deelnemingen worden belast indien:

1.     een valutaverlies op een deelneming ook daadwerkelijk ten laste van de fiscale winst is gebracht, en

2.     ingevolge jurisprudentie van het HvJ EU dit valutaverlies inderdaad ten laste van de fiscale winst kan worden gebracht.

Op basis van de voorgestelde wettekst is de deelnemingsvrijstelling niet meer van toepassing op valutawinsten die worden genoten op alle deelnemingen vanaf het begin van het boekjaar dat deze verliezen in aftrek zijn gebracht. De wetswijziging geldt dus niet alleen voor de deelneming waarvoor eerder de valutaverliezen in aftrek zijn gebracht. Het is ook niet relevant of de deelnemingen zich binnen of buiten de EU bevinden.

Als op basis van jurisprudentie van het HvJ EU valutaverliezen niet in aftrek mogen worden gebracht, zal de tussenregeling geen gevolgen hebben voor de belastingplichtige die de aftrek van verliezen heeft geclaimd; valutaverliezen blijven in dat geval niet aftrekbaar en valutawinsten worden niet belast.

Herstructurering?
De belastingheffing over valutawinsten zou voorkomen kunnen worden door bijvoorbeeld de deelnemingen waarmee valutawinsten zouden kunnen worden behaald, te verhangen binnen concern naar een Nederlandse belastingplichtige die geen valutaverliezen ten laste van haar fiscale winst heeft gebracht.

Om dit te voorkomen is in het wetsvoorstel geregeld dat de deelnemingsvrijstelling in dat geval bij de nieuwe aandeelhouder buiten toepassing blijft voor de valutawinsten met betrekking tot een verhangen deelneming die afkomstig is van een belastingplichtige die succesvol een valutaverlies op een deelneming in aanmerking heeft genomen. De fiscale claim volgt de deelneming dan als het ware, ook als de deelneming eerst aan een buitenlandse groepsmaatschappij wordt overgedragen en daarna weer aan een Nederlandse belastingplichtige.

Liquidatieverlies
In het wetsvoorstel wordt tevens geregeld dat als een valutaverlies op een deelneming inderdaad aftrekbaar is, dit verlies niet nogmaals in aanmerking genomen kan worden als de deelneming op enig moment wordt geliquideerd. Een eventueel liquidatieverlies kan pas in aanmerking worden genomen voor zover dit hoger is dan het saldo van de valutaresultaten die ter zake van die deelneming ten laste van de winst zijn gebracht.

Terugwerkende kracht
Om te voorkomen dat belastingplichtigen de heffing over (latente) valutawinsten proberen te ontgaan door deze deelnemingen voor inwerkingtreding van de tussenregeling binnen concern te verhangen, heeft de staatssecretaris in het persbericht reeds aangekondigd dat het wetsvoorstel met terugwerkende kracht tot 8 april 2011, 17.00 uur (het tijdstip van aankondiging van het wetsvoorstel in het persbericht) in werking zal treden.