Deze site maakt gebruik van cookies. Lees onze policy.

Wetsvoorstel bankenbelasting aangenomen 

 

24-5-2012 

Op 22 mei 2012 heeft de Tweede Kamer de Wet bankenbelasting aangenomen. Het hoofddoel van deze belasting is het beprijzen van de impliciete overheidsgarantie die bestaat uit de bereidheid van de staat om banken in nood als het nodig is hulp te bieden, zodat de financiële stabiliteit kan worden gewaarborgd. Het is een aanvulling op andere maatregelen om het financiële stelsel gezonder te maken en risico’s van banken te beheersen.

De bankenbelasting is een nieuwe belasting die van rijkswege wordt geheven over het totaal van de passiva verminderd met het toetsingsvermogen, de verplichtingen die onder het depositogarantiestelsel vallen en een doelmatigheidsvrijstelling. Voorgesteld wordt om een gesplitst tarief te hanteren, waarbij voor kortlopende schulden een hoger tarief geldt dan voor langlopende schulden. Als de variabele beloning van ten minste één bestuurder van een bank meer bedraagt dan 100% van de vaste beloning van deze bestuurder (bovenmatige bonus), dan wordt als sanctie nog een vermenigvuldigingsfactor toegepast op de tarieven. Zie ook onze eerdere berichtgeving.

Bij de stemming in de Tweede Kamer zijn nog drie door Kamerleden voorgestelde wijzigingen in het wetsvoorstel (zogeheten amendementen) aangenomen:

1)     Het verhogen van de tarieven van de bankenbelasting van 0,022% naar 0,044% voor kortlopende schulden, en van 0,011% naar 0,022% voor langlopende schulden. Hierdoor wordt de beoogde opbrengst van de bankenbelasting verhoogd van € 300 miljoen naar € 600 miljoen.

2)     Het verhogen van de op de tarieven toe te passen vermenigvuldigingsfactor van 1,05 naar 1,10 bij bovenmatige bonussen.

3)     Het verlagen van de grens voor bovenmatige bonussen van 100% naar 25%, twee jaar na inwerkingtreding van de bankenbelasting.