Onlangs heeft (demissionair) minister De Jager van Financiën een wetsvoorstel ingediend om de Nederlandse wetgeving met ingang van 1 januari 2011 aan te passen aan een btw-richtlijn van de Europese Unie. De bedoeling van deze richtlijn is de btw-heffing over het privégebruik van onroerende zaken te wijzigen. Daarbij regelt de richtlijn de aanpassing van de communautaire btw-regels voor de invoer en plaats van levering van gas en elektriciteit.
Wijziging btw-heffing privégebruik onroerende zaken
Een ondernemer heeft de keuze een onroerende zaak die hij aanschaft voor zowel bedrijfs- als privédoeleinden, voor de btw volledig toe te wijzen aan zijn bedrijfsvermogen. Als hij dat doet, komt de btw die bij de verkrijging van deze onroerende zaak was verschuldigd onder de huidige regelgeving in beginsel voor algehele en onmiddellijke aftrek in aanmerking, mits de ondernemer btw-belaste activiteiten verricht. Het daadwerkelijke privégebruik van de onroerende zaak wordt vervolgens jaarlijks belast binnen de voor onroerende zaken geldende herzieningstermijn van tien jaar.
Onder de nieuwe regeling is de btw over uitgaven in verband met een onroerende zaak slechts aftrekbaar naar evenredigheid van het gebruik van de onroerende zaak voor bedrijfsdoeleinden, en uiteraard enkel indien voor de bedrijfsdoeleinden recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Verder komt er een correctiemechanisme voor de aftrek. Hierdoor wordt rekening gehouden met eventuele wijzigingen in het bedrijfs- en privégebruik van de betrokken onroerende zaak binnen de herzieningstermijn van tien jaar. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt een voorbeeld gegeven.
Voorbeeld
Stel dat de verschuldigde btw voor de aanschaf van een woon-werkpand dat geheel tot het bedrijfsvermogen gaat behoren, € 38.000 bedraagt. De ondernemer gebruikt het pand voor 80% voor bedrijfsdoeleinden waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat en voor 20% voor privédoeleinden. Onder de nieuwe regeling kan de ondernemer € 30.400 (80% van € 38.000) onmiddellijk op zijn btw-aangifte in aftrek brengen. Dan is sprake van een uitsluiting van de aftrek ter grootte van 20% (€ 7.600).
Als het privégebruik vervolgens wijzigt, wordt de in aftrek gebrachte voorbelasting herzien. Stel dat het privégebruik in jaar 2 wordt uitgebreid van 20% naar 30%. De vooraftrek die aan dat jaar kan worden toegerekend, moet dan worden herzien. Dit betekent dat 10% van de aan jaar 2 toe te rekenen vooraftrek moet worden herzien, dat wil zeggen: 10% van € 3.800 (€ 38.000/10 jaar). De herziening over jaar 2 bedraagt daarom € 380. De wijzigingen in het privégebruik worden voor onroerende zaken gedurende een periode van negen jaar na het jaar van aanschaf gevolgd.
Voor andere uitgaven in verband met een onroerende zaak die tevens privé wordt gebruikt – bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden zoals schilder- en timmerwerk – geldt dat de herziening van de aftrek alleen plaatsheeft bij de ingebruikneming en aan het einde van het desbetreffende kalender- of boekjaar.
Wijziging btw-regels voor de invoer en plaats van levering van gas en elektriciteit
Vanaf 2004 wordt btw op gas en elektriciteit in beginsel geheven op de plaats waar de afnemer is gevestigd, en niet op de plaats van de leverancier. Onderdeel van die regeling vormt een vrijstelling voor de invoer van gas via het aardgasdistributiesysteem en de invoer van elektriciteit. De regeling wordt nu uitgebreid tot levering en invoer van gas via ieder op het grondgebied van de Europese Unie gesitueerd aardgassysteem, of een net dat is aangesloten op een dergelijk systeem. Verder gaat de regeling ook gelden voor de invoer en levering van warmte of koude via warmte- en/of koudenetten.