Herziening van de EU-socialezekerheidsverordening: 3 vragen aan onze specialisten
Op 7 juli 2026 heeft het Europees Parlement formeel ingestemd met de herziening van de EU-verordeningen inzake de coördinatie van socialezekerheidsstelsels. Er wordt nog gewacht op formele goedkeuring door de Raad van de Europese Unie voordat de herziening in werking kan treden. Vervolgens zal publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie plaatsvinden.
Deze herziening van de socialezekerheidsregels is met name relevant voor werkgevers met internationaal mobiele werknemers en grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten.
Naar verwachting treden de coördinatieregels in werking na een overgangsperiode van ongeveer 24 maanden na publicatie. De overige wijzigingen in de verordening zullen naar verwachting eerder van toepassing worden.
De wijzigingen omvatten onder meer een voorafgaande notificatieverplichting bij detacheringen, evenals versterkte samenwerking, gegevensuitwisseling en digitalisering tussen lidstaten. De herziene verordeningen zijn bedoeld om meer rechtszekerheid te bieden over de toepasselijke socialezekerheidswetgeving en de handhaving van de regels en vereisten binnen de EU te versterken.
Wat betekenen deze ontwikkelingen in de praktijk? Wij hebben enkele van de meest gestelde vragen voorgelegd aan onze socialezekerheidsspecialisten Daida Hadzic, Esther Schutte en Dehlia List.
1. Waar moeten werkgevers rekening mee houden wanneer zij een werknemer naar het buitenland detacheren?
"De herziening introduceert een voorafgaande meldingsplicht voor detacheringen. Werkgevers worden verplicht om de bevoegde socialezekerheidsinstantie te informeren voordat de detachering aanvangt. In de praktijk betekent dit dat een aanvraag voor een A1-verklaring moet worden ingediend vóór de start van de werkzaamheden in het buitenland.
Deze benadering lijkt geïnspireerd door de voorafgaande meldingsplicht onder de EU-Handhavingsrichtlijn voor Detachering van Werknemers, waarbij naleving van de registratieverplichtingen voor gedetacheerde werknemers moet zijn gewaarborgd voordat de werkzaamheden in het buitenland beginnen.
Aangezien er geen specifieke minimale indieningstermijn lijkt te worden voorgeschreven, kan een aanvraag dus ook vlak voor aanvang van de werkzaamheden in het buitenland worden ingediend. Daarnaast wordt verduidelijkt dat, indien de A1-verklaring nog niet is afgegeven bij aanvang van de werkzaamheden, een bewijs van indiening van de aanvraag voldoende is om aan te tonen dat de werkgever aan deze verplichting heeft voldaan totdat de A1-verklaring daadwerkelijk is afgegeven.
Wanneer de A1-aanvraag pas wordt ingediend nadat de werkzaamheden in het buitenland zijn gestart, zal een besluit over de afgifte van een A1-verklaring met terugwerkende kracht voor detacheringen een zwaardere administratieve procedure vereisen, waarbij zowel de autoriteiten van de zend- als de werkstaat betrokken moeten worden. Dit kan bovendien leiden tot administratieve sancties. Voor bepaalde zakelijke reizen en kortdurende detacheringen zullen uitzonderingen gelden.
Daarnaast wijzigen de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de detacheringsregeling. De minimale periode waarin een werknemer voorafgaand aan de detachering onderworpen moet zijn geweest aan het socialezekerheidsstelsel van de zendstaat wordt verlengd van één maand naar drie maanden.
Wanneer niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, kan de detacheringsregeling mogelijk niet worden toegepast en zal de werknemer sociaal verzekerd zijn in het werkland. Deze wijziging kan aanzienlijke gevolgen hebben, met name voor nieuw aangenomen werknemers, en in het bijzonder voor werknemers die in een ander land wonen en kort na indiensttreding worden gedetacheerd."
2. Hoe verandert de samenwerking tussen lidstaten en wat merken werkgevers daarvan?
"De herziening van de verordening legt sterk de nadruk op verdere samenwerking en handhaving tussen lidstaten.
Controles zullen naar verwachting steeds meer datagedreven en grensoverschrijdend van aard worden.
Socialezekerheidsinstanties zullen beter gebruik gaan maken van het Europese Electronic Exchange of Social Security Information-systeem (EESSI), waarmee zij onderling communiceren over socialezekerheidszaken, waaronder verklaringen en uitkeringen. Lidstaten zullen bovendien verplicht worden om sneller te reageren op informatieverzoeken, binnen vastgestelde termijnen, en intensiever samen te werken bij toezicht- en handhavingsactiviteiten.
Voor werkgevers betekent dit dat het nog belangrijker wordt om een consistente administratie bij te houden van grensoverschrijdende werkzaamheden, detacheringsmeldingen en A1-verklaringen binnen HR-, payroll- en mobilityprocessen. Daarnaast moeten zij relevante informatie en documentatie zonder vertraging kunnen aanleveren wanneer daarom wordt gevraagd."
3. Wat kunnen werkgevers nu al doen om zich voor te bereiden?
"De formele goedkeuringsprocedure van de herziene coördinatieregels is nog niet volledig afgerond. Gezien de ingrijpende aard van de wijzigingen doen organisaties er echter verstandig aan om nu al actie te ondernemen.
Wij adviseren werkgevers om de volgende stappen te nemen:
- Breng internationale reis- en werkpatronen in kaart.
- Zorg voor een juiste classificatie van A1-aanvragen (detachering versus werkzaamheden in meerdere lidstaten) en leg dit vast in interne processen.
- Herzie processen en gegevensverzameling zodat A1-aanvragen voor detacheringen kunnen worden ingediend vóór de start van werkzaamheden in het buitenland.
- Beoordeel wanneer de uitzondering op de voorafgaande meldingsplicht voor bepaalde zakelijke reizen en kortdurende detacheringen van toepassing kan zijn, en implementeer controles om:
- te verifiëren dat aan de voorwaarden wordt voldaan; en
- bewijsstukken te bewaren waaruit blijkt dat de uitzondering van toepassing is indien autoriteiten daarom verzoeken.
- Evalueer de kosten en compliance-risico’s die samenhangen met internationale uitzendingen en thuiswerk- of remote working-regelingen.
Gezien de toenemende complexiteit van internationale tewerkstellingssituaties is het raadzaam om de socialezekerheidsaspecten al in een vroeg stadium van het mobilityproces mee te nemen."
Zodra meer informatie beschikbaar komt over de verwachte wijzigingen, zullen wij hierover updates delen via onze socialmediakanalen.
Vragen? Neem dan gerust contact op met Daida Hadzic, Esther Schutte, Dehlia List of je vaste Meijburg-adviseur.