De Hoge Raad (her)bevestigt dat het bij de vraag of een onroerend goed ontstaat dat tevoren niet bestond, om een constructiewijziging van onroerend goed draait.
Deze zaak is relevant voor financiële instellingen, maar ook voor andere belastingplichtigen die btw-belaste en btw-vrijgestelde prestaties verrichten.
De antwoorden geven aan dat, wil sprake zijn van ‘in wezen nieuwbouw’, er in ieder geval wijzigingen in de bouwkundige constructie moeten hebben plaatsgevonden.
In ons memorandum hebben wij de hoofdlijnen van de voorgestelde maatregelen per onderwerp uiteengezet. Ook hebben we een overzicht van de maatregelen op twee pagina’s gemaakt.
Hoewel de uitspraak in de lijn der verwachtingen lag, hebben wij toch enkele kanttekeningen bij de wijze waarop het Hof van Justitie van de Europese Unie tot zijn oordeel komt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft zich onlangs uitgelaten over een in de praktijk veelvoorkomende discussie, namelijk de btw-behandeling van managementdiensten die een maatschap van medisch speciali ...