Auto van de zaak on track! Wijzigingen van de fiscale regelgeving omtrent de auto van de zaak 2025–2027

29 augustus 2025
Formule 1

Lights out and away we go! Dit weekend staat Zandvoort weer in het teken van de Formule 1. Terwijl Max Verstappen de bochten trotseert, is het voor werkgevers en werknemers minstens zo belangrijk om de fiscale regels rond de auto van de zaak goed te kennen. Want wat verandert er nu precies vanaf 2026 en 2027?

2025: de laatste ronde met voordeel voor EV’s

In 2025 geldt nog een verlaagd tarief voor elektrische auto’s. Voor volledig elektrische auto’s is de bijtelling 17% tot een cataloguswaarde van €30.000, en 22% over het meerdere. Voor waterstof- en zonnecelauto’s geldt zelfs 17% over de hele waarde. Auto’s met een verbrandingsmotor of hybride aandrijving vallen onder het algemene tarief van 22%.

De 60-maandenregel zal nog steeds blijven gelden: het percentage dat van toepassing is bij de eerste tenaamstelling, blijft vijf jaar geldig. Dat betekent dat een werknemer die eind 2025 in een nieuwe elektrische leaseauto stapt, tot eind 2030 profiteert van het lagere tarief. Dit kan een groot verschil maken in de netto kosten voor de werknemer, maar ook in de aantrekkelijkheid van een leaseauto binnen de arbeidsvoorwaarden. Werkgevers doen er goed aan om in dit laatste jaar nog te kijken naar de mogelijkheden om elektrische auto’s in te zetten.

2026: iedereen gelijk op het startgrid

Vanaf 1 januari 2026 verdwijnt het fiscale voordeel voor elektrische auto’s. Nieuwe auto’s, ongeacht hun aandrijving, krijgen een bijtelling van 22% over de volledige cataloguswaarde. Voor werkgevers betekent dit dat de keuze voor een elektrische auto vanaf dat moment niet meer wordt gedreven door een lager bijtellingspercentage, maar door andere factoren zoals duurzaamheid, CO₂-doelstellingen en operationele kosten.

Voor werknemers die in 2026 instappen, maakt het fiscaal dus niet meer uit of ze een EV of een benzineauto rijden. Alleen wie nog in 2025 een auto op kenteken weet te krijgen, behoudt tot 2030 een voorsprong. Daarmee wordt 2026 een kantelpunt: de overheid maakt duidelijk dat de stimulering van EV’s via de loonheffingen wordt afgebouwd, en dat andere instrumenten (zoals subsidies) de markt verder moeten trekken.

2027: een extra last voor fossiele leaseauto’s

Vanaf 2027 komt er mogelijk nog een nieuwe factor bij die de balans verder richting elektrisch kan verschuiven: de pseudo-eindheffing. Werkgevers die een niet-elektrische leaseauto ter beschikking stellen voor privégebruik, krijgen te maken met een heffing van 52% over de bijtelling. Deze last komt volledig voor rekening van de werkgever en kan niet worden verlaagd door een eigen bijdrage van de werknemer.

Dat kan flink oplopen. Stel dat een benzineauto een cataloguswaarde heeft van €45.000. De bijtelling bedraagt dan 22% × €45.000 = €9.900. De pseudo-eindheffing van 52% hierover komt uit op ruim €5.100 per jaar extra voor de werkgever. Dit is bovenop de gewone loonkosten, leasekosten en andere vergoedingen. Voor veel werkgevers is dit reden om het wagenparkbeleid fundamenteel te herzien. Denk aan een overstap naar elektrische auto’s, een strengere toewijzing van leaseauto’s of een verschuiving richting mobiliteitsbudgetten.

 

Vergelijking in euro’s: 2025 vs. 2026 vs. 2027

Aannames rekenvoorbeeld: EV en benzineauto met cataloguswaarde €45.000.

JaarEV – bijtelling werknemerFossiel – bijtelling werknemerFossiel – pseudo‑eindheffing werkgever 
2025€ 8.400€ 9.900 
2026€ 9.900€ 9.900 
2027€ 9.900€ 9.900€ 5.148 

Laden: pitstops thuis en onderweg

Het laden van een auto van de zaak kan fiscaal vriendelijk, maar vraagt wel om goede administratie. Publieke laadkosten zijn eenvoudig te vergoeden op basis van facturen. Thuisladen mag ook onbelast worden vergoed, mits de werkelijke integrale kWh-kosten worden berekend. Daarbij tellen niet alleen de variabele energietarieven mee, maar ook vaste kosten zoals netbeheerkosten, vastrecht en – indien van toepassing – een deel van de investering in zonnepanelen. Goede registratie is essentieel, bijvoorbeeld via een slimme laadpaal die automatisch het verbruik logt.

Wordt een laadpunt thuis vrijwel uitsluitend gebruikt voor de auto van de zaak, dan mag de werkgever dit laadpunt ook onbelast ter beschikking stellen of vergoeden. Zodra er meerdere auto’s of privégebruik meespelen, is het verstandig om een duidelijke administratieve scheiding aan te brengen. Voor privéauto’s die zakelijk worden ingezet, geldt simpelweg de kilometervergoeding van €0,23 per zakelijke kilometer. Een aanvullende kWh-vergoeding is daarbij niet toegestaan.

Klaar voor de start?

Met 2025 als laatste jaar van de verlaagde bijtelling, 2026 als jaar van fiscale gelijkheid en 2027 met de dreigende pseudo-eindheffing verandert het speelveld snel. Voeg daarbij de complexiteit van laadkosten en laadpalen, en het is duidelijk dat werkgevers hun wagenparkbeleid tijdig moeten herzien. Heldere afspraken over registratie, vergoedingen en eigen bijdragen zorgen dat u niet verrast wordt door onverwachte fiscale pitstops.

Heeft u vragen over de auto van de zaak of wilt u weten wat deze veranderingen voor uw organisatie betekenen? Neem gerust contact op met onze specialisten van KPMG Meijburg & Co. Samen zorgen we dat uw wagenpark fiscaal in pole position staat.

© 2025 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.