Hofuitspraak: De aankoop van een BV die parkeergarages exploiteert, is onderworpen aan overdrachtsbelasting
In een recente uitspraak heeft Hof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat een vennootschap die parkeergarages exploiteert kwalificeert als een zogenoemde onroerendezaakrechtspersoon (ozr) voor de overdrachtsbelasting (ECLI:NL:GHSHE:2026:185).
In deze zaak stond de verkrijging van aandelen in een vennootschap centraal die meerdere parkeergarages in eigendom had en exploiteerde. Daarbij was in geschil of werd voldaan aan de doeleis van artikel 4 Wet op belastingen van rechtsverkeer, en daarmee of de aandelen kwalificeren als fictieve onroerende zaken. De doeleis bepaalt dat de onroerende zaken als geheel genomen, geheel of hoofdzakelijk dienstbaar zijn aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van deze onroerende zaken.
Het hof oordeelt dat hiervan sprake is. Doorslaggevend is dat de exploitatie bestaat uit het tegen vergoeding ter beschikking stellen van (delen van) onroerende zaken aan gebruikers. Deze terbeschikkingstelling vormt de kern van de prestatie richting klanten en is niet ondergeschikt aan eventuele bijkomende diensten. Dat sprake is van kortdurend gebruik, “zwerfplekken” (geen vaste parkeerplaatsen) en slechts beperkte aanvullende voorzieningen, doet hier niet aan af. Deze elementen worden als ondergeschikt beschouwd aan de kernprestatie, namelijk het bieden van parkeergelegenheid tegen vergoeding.
De aandelen kwalificeren daarmee als fictieve onroerende zaken, waardoor de verkrijging is onderworpen aan overdrachtsbelasting.