Investeringscapaciteit van pensioenfondsen in de woningbouw

25 maart 2026
Investeringscapaciteit van pensioenfondsen in de woningbouw

Antwoorden op Kamervragen over investeringscapaciteit pensioenfondsen woningbouw – Fiscale aandachtspunten

Op 19 maart 2026 zijn Kamervragen beantwoord over de investeringsmogelijkheden van pensioenfondsen in de Nederlandse woningmarkt. De beantwoording bevat een aantal relevante fiscale aandachtspunten, met name voor buitenlandse pensioenfondsen.

Ten aanzien van de subjectieve vrijstelling in de vennootschapsbelasting geeft het kabinet aan dat de Belastingdienst voornemens is te beoordelen in hoeverre de huidige voorwaarden in het beleidsbesluit nog actueel zijn en mogelijk modernisering behoeven. Daarbij wordt bevestigd dat voor toepassing van de vrijstelling vereist is dat sprake is van een buitenlandse pensioenregeling die naar aard en strekking overeenkomt met een Nederlandse pensioenregeling. De voorwaarden zijn gebaseerd op de Nederlandse Pensioenwet en worden door de Belastingdienst beoordeeld aan de hand van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval. 

In dit kader wordt tevens toegelicht dat de vrijstelling is gebaseerd op de gedachte dat pensioenfondsen naar hun aard geen winst maken en een maatschappelijke functie vervullen, gericht op de verzorging van (gewezen) werknemers bij ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Verder gelden onder meer voorwaarden met betrekking tot de werkzaamheden van het pensioenlichaam, de bestemming van de winst en de inrichting van de pensioenregeling (zoals verplichte deelname, verplichte verzekering en een afkoopverbod). 

Daarnaast blijkt uit de beantwoording van de kamervragen dat sinds 2019 in totaal 30 verzoeken om vooroverleg zijn ingediend over de toepassing van de subjectieve vrijstelling voor buitenlandse pensioenfondsen. Van de 21 reeds afgehandelde verzoeken zijn er 9 toegewezen, terwijl 9 verzoeken nog in behandeling zijn. De overige verzoeken zijn niet toegekend, onder meer omdat niet werd voldaan aan de voorwaarden voor vooroverleg of aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling. De gemiddelde doorlooptijd van toegewezen verzoeken bedraagt ruim een jaar. 

Tot slot bevestigt het kabinet dat de uitwerking van een REIT-regime op dit moment geen onderdeel vormt van het kabinetsbeleid. Een dergelijk regime ziet op een specifiek fiscaal regime voor vastgoedbeleggingsvehikels, waarbij wordt beoogd collectief beleggen in vastgoed mogelijk te maken zonder dat de tussenkomst van het vehikel leidt tot extra belastingheffing. Daarbij wordt opgemerkt dat de doelmatigheid van dit regime als beperkt wordt gezien en dat het kabinet inzet op andere maatregelen ter verbetering van het investeringsklimaat. 

© 2026 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.