NieuwsFlits WOZ en lokale belastingen - eerste editie 2026

30 maart 2026
WOZ

Inhoud

Naar boven

1. WOZ 2026 is gestart!

In deze periode ontvangt u van de gemeente de nieuwe WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2026. De op deze beschikking vermelde waarde van uw vastgoed vormt de basis voor diverse belastingen, waaronder de onroerendezaakbelastingen (OZB), de schenk- en erfbelasting en de inkomstenbelasting. Voorts is de WOZ-waarde van belang bij het bepalen van de fiscale afschrijving (vennootschapsbelasting). 

Wij adviseren u de door de gemeente vastgestelde waarde kritisch te beoordelen. De specialisten van Meijburg & Co staan u hierin desgewenst bij. Tot slot benadrukken wij dat een bezwaar tegen de beschikking binnen zes weken na dagtekening daarvan moet worden ingediend. 

Naar boven

2. Invoering leegstandbelasting mogelijk

In de Gemeentewet is een artikel toegevoegd dat de gemeente de bevoegdheid biedt om een leegstandbelasting in te voeren. Als een gemeente een leegstandbelasting wil invoeren, moet zij hierover een besluit nemen waarin onder meer de heffingsmaatstaf moet worden vastgelegd. Het betreffende artikel is op 21 maart 2026 in werking getreden.

Naar boven

3. Naar een nieuw box 3-stelsel

In februari 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het nieuwe box 3-stelsel voor de heffing van inkomstenbelasting over vermogensinkomsten. Het nieuwe stelsel zal op 1 januari 2028 ingaan en dan het huidige regime vervangen. Tot die tijd geldt het forfaitaire stelsel, met de tegenbewijsmogelijkheid in geval van een lager werkelijk rendement. De Eerste Kamer moet zijn oordeel nog vellen.

Vanaf 2028 betalen belastingplichtigen inkomstenbelasting over hun werkelijke vermogensinkomsten. Dat gebeurt volgens twee van elkaar te onderscheiden systemen, de vermogensaanwasbelasting en de vermogenswinstbelasting. Hoofdregel is dat belastingplichtigen inkomstenbelasting verschuldigd zijn over gerealiseerde inkomsten, gerealiseerde vermogenswinsten en ongerealiseerde vermogenswinsten (de vermogensaanwas). In afwijking daarvan geldt voor onder meer onroerende zaken een zogenoemde vermogenswinstbelasting. Dat wil zeggen dat er alleen over gerealiseerde inkomsten en vermogenswinsten belasting moet worden voldaan en dus niet over nog niet gerealiseerde vermogenswinsten.

De voorgestelde regeling maakt onderscheid tussen drie categorieën:

  • een onroerende zaak die minimaal 90% van het jaar is verhuurd (328 dagen, of 329 dagen in een schrikkeljaar);
  • een onroerende zaak die het gehele jaar niet is verhuurd;
  • een onroerende zaak die minder dan 90% van het jaar wordt verhuurd. 

Bij een onroerende zaak in de eerste categorie (90% of meer verhuur) worden de werkelijke huurinkomsten (verminderd met de kosten en lasten) belast. In de tweede categorie (geen verhuur) moet belasting worden betaald over een forfaitaire vastgoedbijtelling (verminderd met de kosten en lasten). De vastgoedbijtelling is bedoeld om het eigen gebruik te belasten. Als de onroerende zaak in de derde categorie valt (minder dan 90% van het jaar verhuur), wordt het hoogste van de twee volgende bedragen belast: de vastgoedbijtelling of de werkelijke huurinkomsten (verminderd met de kosten en lasten). De in het wetsvoorstel opgenomen bijtelling voor het eigen gebruik bedraagt 3,35% en wordt berekend over de WOZ-waarde (in geval van een woning) dan wel de waarde in het economische verkeer (in geval van een niet-woning) aan het begin van het jaar. 

Waardestijgingen van een onroerende zaak in box 3 worden pas bij realisatie belast, waardedalingen zijn dan aftrekbaar. Kosten van verbetering, zoals een verbouwing, zijn niet direct aftrekbaar, maar verhogen de verkrijgingsprijs van het box 3-pand. Pas bij realisatie van het pand, zoals bij verkoop, komen de verbeteringskosten in mindering op het resultaat. Een bij de vervreemding van een box 3-pand geleden verlies is aftrekbaar in box 3. De (tot hoofdverblijf dienende) eigen woning blijft vooralsnog in box 1 volgens het huidige stelsel belast. 

Op de startdatum van het nieuwe stelsel zal van de vermogensbestanddelen die in box 3 worden belast tot slot de waarde in het economische verkeer moeten worden vastgesteld, zodat alleen waardestijgingen en -dalingen die zich daarna voordoen volgens het nieuwe stelsel worden belast. Voor woningen zal hiervoor de WOZ-waarde per 1 januari 2028 worden gebruikt. Daarna zal jaarlijkse waardering moeten plaatsvinden. 

Voor woningen blijft het dus van belang om kritisch naar de WOZ-waarde te (laten) kijken. 

Naar boven

4. Oordeel Hoge Raad over de restwaarde

Onlangs heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een zaak waar de praktijk lang op heeft gewacht (HR 13 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:234, nr. 22/03412). De advocaat-generaal heeft in zijn conclusie uit 2023 in overweging gegeven om de restwaarde van incourante objecten te verlagen naar nihil, indien de restwaarde niet onderbouwd kan worden met objectieve en verifieerbare gegevens. Dit kan leiden tot een significante aanpassing van de WOZ-waarde. De Hoge Raad gaat echter voornamelijk in op de bewijslast wanneer men wil afwijken van de gemeentelijke taxatiewijzers, waarin restwaardes zijn opgenomen. De zaak is nu terugverwezen naar het gerechtshof, om te beoordelen of de restwaarde dient te worden verlaagd. 

Naar boven

5. Contact

Wilt u naar aanleiding van deze NieuwsFlits meer informatie? Neemt u dan contact op met uw vaste aanspreekpunt bij Meijburg & Co of met een van onderstaande contactpersonen, of ga naar onze website.

Naar boven

© 2026 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.