Consultatie nadere maatregelen dividendstripping

20 april 2026
Consultatie nadere maatregelen dividendstripping

Het ministerie van Financiën is een internetconsultatie gestart over aanvullende maatregelen tegen dividendstripping. In het consultatiedocument worden vier mogelijke maatregelen aan het publiek voorgelegd: de nettorendementbenadering, de Duits-Oostenrijkse maatregel, de pensioenfondsenmaatregel en de groepsmaatregel. De nettorendementbenadering en de Duits-Oostenrijkse maatregel zijn generiek werkende anti-dividendstrippingmaatregelen. De pensioenfondsenmaatregel en de groepsmaatregel richten zich op specifieke gevallen en elementen van dividendstripping. De consultatie loopt tot 28 mei 2026. In deze nieuwsbrief gaan we in op deze voorgestelde maatregelen.

De nettorendementbenadering

Een kernelement van dividendstripping is dat het rendement op aandelen niet, of maar heel beperkt, terechtkomt bij de feitelijke ontvanger van een dividend. Het daadwerkelijke belang bij de aandelen ligt bij dividendstrippingstransacties namelijk bij een ander, terwijl de feitelijke ontvanger in wezen enkel een vergoeding krijgt voor het beoogde terugvragen dan wel verrekenen van de dividendbelasting. De nettorendementbenadering is toegespitst op dit wezenskenmerk. Relevant is dat de nettorendementbenadering alleen van toepassing is op aandelen die aan de beurs worden verhandeld, omdat dividendstripping vrijwel uitsluitend plaatsvindt met beursaandelen.

De nettorendementbenadering werkt in de kern zo, dat ter zake van beursaandelen in principe geen recht bestaat op verrekening, vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting indien de volgende drie voorwaarden samen zijn vervuld:: 

  1. De dividenduitkering is hoger dan een doelmatigheidsdrempel. De drempel – die nog moet worden vastgesteld – wordt getoetst per dividenduitkering en vanuit het perspectief van de belastingplichtige dan wel opbrengstgerechtigde. Opgemerkt wordt dat Duitsland en Oostenrijk een doelmatigheidsdrempel van € 20.000 hanteren, en de EU-richtlijn FASTER, die in werking moet treden per 2030, een drempel hanteert van € 100.000.
  2. Door een samenstel van transacties is het koersrisico op de aandelen geheel of nagenoeg geheel (90% of meer) afgedekt. Als voorbeeld wordt genoemd de koop van aandelen in combinatie met een derivatencontract waarin het dividend is verdisconteerd in de prijsstelling
  3. Het nettorendement op het dividend bij de feitelijke ontvanger is als gevolg van het samenstel van de koersrisicoafdekkende transacties minder dan 15% van het bruto dividend. Het rendement moet dus in feite hoger zijn dan de dividendbelasting die op de dividenden drukt. Anders gezegd: de kosten van dat samenstel van koersrisicoafdekkende transacties belopen meer dan 85% van het dividend. 

Financiële dienstverleners die de aandelen houden met het oog op een onmiddellijke verkoop aan derden, zoals marketmakers en (onderdelen van) banken, zijn uitgezonderd van de maatregel. Dit geldt echter niet voor door hen gehouden ‘overtollige beursaandelen’. Van overtolligheid is sprake voor zover het aantal aandelen in een beursvennootschap op de registratiedatum meer is dan 10% van de gemiddelde aandelenpositie in diezelfde beursvennootschap in de 364 dagen daarvoor.

Bewijsrechtelijk is de maatregel zo ingestoken dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat het gaat om (i) beursaandelen en (ii) de kosten van dat samenstel van koersrisicoafdekkende transacties meer bedragen dan 85% van het dividend. Indien de inspecteur daarin slaagt, is het aan de belastingplichtige om aannemelijk te maken dat (i) het drempelbedrag niet wordt bereikt, dan wel (ii) het samenstel van transacties er niet toe leidt dat de reële waardeveranderingen van de aandelen hem niet geheel of nagenoeg geheel (voor 90% of meer) aangaan. In het consultatiedocument wordt daarentegen ook gevraagd naar input op een alternatieve bewijslastverdeling, waarbij de stel- en administratieplicht bij de belastingplichtige ligt.

Duits-Oostenrijkse maatregel

De Duits-Oostenrijkse maatregel werkt zo dat een belastingplichtige dan wel opbrengstgerechtigde slechts recht heeft op een verrekening, vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting indien gedurende een aaneengesloten periode van 45 dagen rondom de registratiedatum voldoende economisch belang wordt gehouden bij de onderliggende aandelen. Van voldoende economisch belang is sprake indien een waardedaling van de aandelen de belastingplichtige/opbrengstgerechtigde voor ten minste 70% aangaat (al dan niet tezamen met verbonden lichamen of natuurlijke personen). Ook voor de Duits-Oostenrijkse maatregel geldt dat die alleen van toepassing is op aandelen die aan de beurs worden verhandeld.

Net als onder de nettorendementbenadering geldt dat indien de genoten opbrengst onder een (nader te bepalen) doelmatigheidsdrempel valt, de maatregel niet van toepassing is. De drempel wordt getoetst per dividenduitkering en vanuit het perspectief van de belastingplichtige dan wel opbrengstgerechtigde. De maatregel is evenmin van toepassing voor bepaalde financiële dienstverleners – denk aan marketmakers – indien en voor zover zij de opbrengst genieten als onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering van de belastingplichtige (zie de nettorendementbenadering). De bewijslast voor deze maatregel ligt in principe bij de inspecteur.

De pensioenfondsenmaatregel

Specifiek ten aanzien van pensioenfondsen geldt dat zij doorgaans recht hebben op een vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting. Dit recht zou kunnen worden ingezet voor dividendstrippingstransacties. De pensioenfondsenmaatregel komt erop neer dat het recht op een vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting aan een pensioenfonds wordt ontzegd als een dividend is toe te rekenen aan een bedrijfsmatige activiteit anders dan het beleggen van de ingelegde pensioengelden.

De vraag of sprake is van een bedrijfsmatige activiteit anders dan het beleggen van ingelegde pensioengelden, is geen toets bestaande uit harde voorwaarden en zal daarom per geval op basis van de feiten en omstandigheden moeten worden uitgevoerd. In abstracte termen wordt opgemerkt dat moet worden nagegaan of het pensioenfonds een aandelenbelang aanhoudt vanwege de intrinsieke waarde van de belegging zelf (ter dekking van de pensioenverplichtingen). In die gevallen is de maatregel niet van toepassing. Dit wordt gesteld tegenover gevallen waarin de aandelen slechts als middel worden gebruikt voor een andere strategie, waarbij het verdienmodel ziet niet (hoofdzakelijk) ziet op de intrinsieke waarde van de belegging zelf. Dit is een indicatie dat sprake is van een bedrijfsmatige activiteit anders dan het beleggen van ingelegde pensioengelden. 

Andere indicaties dat sprake is van een bedrijfsmatige activiteit anders dan het beleggen van pensioengelden zijn: het financieren van de aandelenpositie met vreemd vermogen, het afdekken van koersrisico’s, het lopen van zeer hoge risico’s en het kortstondig bezitten van aandelen rondom de registratiedatum. Verondersteld wordt namelijk dat pensioenfondsen doorgaans beleggen met het oog op lange-termijnrendement, waardoor het kortstondig bezitten van de aandelen (rond registratiedatum) een indicatie kan zijn van een dergelijke ander bedrijfsmatige activiteit. De bewijslast voor deze maatregel ligt in de eerste instantie bij de inspecteur, en ook bij deze maatregel wordt voorzien in een (nog te bepalen) doelmatigheidsdrempel.

Groepsmaatregel

De huidige Nederlandse dividendstrippingmaatregelen benoemen specifieke factoren op basis waarvan in ieder geval sprake zal zijn van dividendstripping, en waarmee de belastingplichtige geen recht heeft op verrekening, vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting. Binnen groepen van verbonden lichamen of natuurlijke personen kan worden gepoogd om de elementen van een dividendstrippingtransactie zo op te knippen dat niet alle wettelijk omschreven factoren van toepassing lijken te zijn.

De groepsmaatregel richt zich op het spreiden van dividendstrippingelementen binnen een groep en verhulling over de landsgrenzen heen. Met de huidige wetgeving worden dergelijke opknipstructuren reeds bestreden. Met de in de consultatie opgenomen maatregel wordt nu nog explicieter gemaakt dat dit opknipsituaties zijn die onder de reikwijdte vallen van het wettelijke voorschrift waarin is bepaald wanneer iemand in ieder geval niet als uiteindelijke gerechtigde tot het dividend kwalificeert.

Commentaar KPMG Meijburg & Co

De vier geconsulteerde maatregelen zijn het uitvloeisel van een internetconsultatie die in december 2021 werd gehouden, en een vervolg op de Kamerbrief van 27 juni 2025 waarin deze mogelijke maatregelen al werden benoemd. Daarbij zij overigens opgemerkt dat de wetgever sinds de vorige consultatie in 2021 niet stil heeft gezeten. Per 1 januari 2024 zijn in de huidige maatregelen namelijk wijzigingen doorgevoerd om de aanpak van dividendstripping verder te versterken. Daarbij is onder meer de bewijslastverdeling aangepast en is een invulling gegeven aan het begrip ‘samenstel van transacties’, teneinde opsplitsing van belangen binnen concernverband te voorkomen.

De nu geconsulteerde maatregelen strekken ertoe de aanpak van dividendstripping nog verder te versterken, boven op de bestaande dividendstrippingmaatregel. Zowel de nettorendementbenadering als de Duits-Oostenrijkse maatregel zijn generieke, maar bijzonder technische maatregelen die aansluiten bij wezenlijke kenmerken van dividendstrippingtransacties. Dit is een andere insteek dan de huidige dividendstrippingmaatregelen, welke vooral handelingen omschrijven waaruit – in samenhang bezien – tot dividendstripping kan worden geconcludeerd. In plaats daarvan wordt bij deze twee geconsulteerde maatregelen juist gekeken naar het economische effect van de transactie bij de belastingplichtige. Daartegenover staan de doelmatigheidsdrempel en een uitzondering voor bepaalde financiële instellingen, die ervoor moeten zorgen dat onbedoelde situaties in de praktijk niet worden geraakt. De consultatie heeft daarbij tot doel de dagelijkse beurshandel en bona fide partijen zo min mogelijk hinder te laten ondervinden van de maatregelen.

De pensioenfondsenmaatregel betreft daarentegen een gerichte maatregel die ziet op een specifieke categorie belastingplichtigen, waar mogelijk dividendstripping kan spelen. De groepsmaatregel betreft geen nieuwe separate regeling, maar een aanscherping van de bestaande wettekst. 

Wil je meer weten, neem dan gerust contact op met ons of met je gebruikelijke Meijburgadviseur.

© 2026 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.