Europese Commissie presenteert voorstel voor Direct Tax Omnibus
Op 24 juni 2026 heeft de Europese Commissie het Omnibusvoorstel gepubliceerd. Het Omnibusvoorstel beoogt de bestaande fiscale EU-regelingen te vereenvoudigen en maatregelen te introduceren die gunstig zijn voor belastingplichtigen. Het voorstel omvat onder meer een bredere vrijstelling van belastingheffing voor renten, royalty’s en dividenden binnen de Europese Unie, een aanpassing van de fusierichtlijn, een verruiming van de renteaftrek onder de earningsstrippingregeling en een R&D-faciliteit. In dit nieuwsbericht gaan we in op deze maatregelen die op basis van het voorstel per 1 januari 2029 van kracht zouden moeten worden.
Rente- en royaltyrichtlijn: vrijstelling voor alle intra-EU betalingen tussen vennootschappen en geen formaliteiten vooraf
Op dit moment zijn niet alle rente- en royaltybetalingen tussen in de EU gevestigde vennootschappen vrijgesteld van bronbelastingen. De reikwijdte van de rente- en royaltyrichtlijn is namelijk beperkt tot rente- en royaltybetalingen tussen verbonden vennootschappen binnen de EU. In het Omnibusvoorstel wordt voorgesteld om de eis van ‘verbondenheid’ (kort gezegd: een rechtstreeks aandelenbelang van 25% of meer) te schrappen. Gevolg van het voorstel zou zijn dat de vrijstelling van bronbelasting voor rente- en royaltybetalingen zou gaan gelden voor iedere rente- of royaltybetaling tussen vennootschappen binnen de EU, zonder dat enige vorm van aandeelhouderschap of verbondenheid vereist is. Om misbruik van de regeling te voorkomen, wordt de vrijstelling niet toegekend als de ontvanger buiten de EU is gevestigd en dat land geen vennootschapsbelasting heft dan wel een tarief van 0% hanteert (en de ontvanger ook niet onderworpen is aan Pillar 2-heffingen). Betalingen aan ondernemingen in dergelijke niet-EU-landen zouden onderworpen moeten zijn aan bronbelasting, dan wel niet-aftrekbaar moeten zijn.
In het richtlijnvoorstel wordt verder voorgesteld dat – anders dan nu – er géén voorafgaande (administratieve) goedkeuringsprocedures mogen worden vereist voor het mogen toepassen van de vrijstelling. De administratieve lasten zouden hiermee (aanzienlijk) moeten worden verlaagd.
Moeder-dochterrichtlijn: vrijstelling voor alle intra-EU dividenden tussen vennootschappen
De voordelen van de ‘Moeder-dochterrichtlijn’ in de vorm van de inhoudingsvrijstelling en deelnemingsvrijstelling (of deelnemingsverrekening) zijn momenteel beperkt tot dividenden tussen vennootschappen in de EU waarbij de aandeelhouder een belang van minimaal 10% in de uitdelende vennootschap bezit. Bovendien is vereist dat de betrokken vennootschappen onderworpen zijn aan belastingheffing. Vrijgestelde ondernemingen, zoals pensioenfondsen, hebben geen recht op de richtlijnvoordelen zoals een vrijstelling van bronbelasting op dividenden.
Via het Omnibusvoorstel wordt voorgesteld om het vereiste minimale aandeelhouderspercentage van 10% in het kapitaal te schrappen en de richtlijnvoordelen verder ook toe te kennen aan vrijgestelde pensioenfondsen zoals gedefinieerd in het EU-recht. Gevolg zou zijn dat de inhoudingsvrijstelling en deelnemingsvrijstelling van toepassing worden op alle dividendbetalingen tussen belastingplichtige vennootschappen binnen de EU (behoudens in gevallen van misbruik, dan wel als de uitkeringen bij de betaler aftrekbaar zijn) en op dividendbetalingen aan vrijgestelde pensioenfondsen.
Het minimum aandeelhouderspercentage van 10% in het kapitaal is overigens nog wel relevant bij de fiscale behandeling van kosten die samenhangen met de deelneming in de dochteronderneming. Lidstaten wordt namelijk wel de mogelijkheid geboden om kosten die samenhangen met zo’n deelneming van 10% of meer als niet-aftrekbaar aan te merken.
Fusierichtlijn: bestreken reorganisaties worden in lijn gebracht met de Mobiliteitsrichtlijn
In 2023 is de EU-Mobiliteitsrichtlijn (Richtlijn (EU) 2019/2121) in werking getreden, op basis waarvan verschillende vormen van fusies, splitsingen en omzettingen van rechtsvormen binnen de EU juridisch mogelijk zijn gemaakt. De fiscale tegenhanger om dergelijke reorganisaties binnen de EU fiscaal geruisloos te kunnen laten verlopen – bekend als de Fusierichtlijn – is voor het laatst gewijzigd in 2013 en voorziet nog niet in alle mogelijkheden tot reorganisaties die in de juridische Mobiliteitsrichtlijn worden geboden. In het Omnibusvoorstel wordt voorgesteld om de fiscale Fusierichtlijn in lijn te brengen met de opties voor reorganisatie die de Mobiliteitsrichtlijn biedt, zoals fusies zonder aandelenuitgifte door de verkrijgende vennootschap, afsplitsingen en grensoverschrijdende omzettingen van rechtsvormen.
Wijziging earningsstrippingregeling (renteaftrekbeperking)
De ATAD1-richtlijn bevat een renteaftrekbeperking op basis waarvan de renteaftrek is begrensd tot het hoogste van (i) maximaal 30% van de fiscale EBITDA en (ii) maximaal € 3 miljoen. De 30%-grens en drempel van € 3 miljoen zijn momenteel maxima. Lidstaten hebben echter de vrijheid om strenger te implementeren door een lagere grens en/of drempel te hanteren. Nederland heeft daar bijvoorbeeld voor gekozen via een 24,5%-grens en een drempel van € 1 miljoen. In het Omnibusvoorstel wordt de vrijheid voor strengere implementatie ingetrokken: voorgesteld wordt om de 30%-grens en drempel van € 3 miljoen (met indexatie van dit laatste bedrag) verplicht te stellen voor de lidstaten. Indien dit voorstel wordt aangenomen, zou Nederland de 24,5%-grens en de drempel van € 1 miljoen moeten verhogen.
In aanvulling op het verplichten van de 30%-grens en de drempel van € 3 miljoen, bevat het Omnibusvoorstel een aantal aanvullende wijzigingen om de reikwijdte van de renteaftrekbeperking te beperken. Deze aanvullende maatregelen bestaan uit:
- Een uitzondering voor rente op derdenleningen. Voorwaarde voor deze uitzondering is dat de derdenlening wordt gebruikt voor de eigen onderneming en het geld daarbij niet wordt doorgeleend of wordt gestort als eigen vermogen binnen een groep.
- Verplichte implementatie van de groepsuitzonderingen. Momenteel zijn de groepsuitzonderingen op basis van de debt-equity ratio dan wel de EBITDA/rentesaldo-ratio van de groep optioneel en niet door Nederland geïmplementeerd. Het Omnibusvoorstel maakt implementatie van een van deze twee groepsuitzonderingen verplicht.
- Verbreding uitzondering voor langlopende publieke infrastructuurprojecten. Voorgesteld wordt om de uitzondering voor langlopende infrastructuurprojecten te verbreden naar langlopende public-benefit projecten, waaronder ook sociale woningbouw.
- Speciale regeling voor procyclische effecten. Voorgesteld wordt dat de renteaftrekbeperking geen toepassing vindt indien in een jaar de fiscale EBITDA met 50% of meer daalt ten opzichte van het voorgaande jaar.
- Tijdelijke uitzondering voor de defensie-industrie. Het Omnibusvoorstel bevat een tijdelijke uitzondering van vijf jaar voor de renteaftrekbeperking voor leningen die na 1 januari 2029 worden afgesloten en worden aangewend voor de defensie-industrie.
Introductie van een R&D-faciliteit
Het Omnibusvoorstel introduceert een bepaling waarmee de ATAD-richtlijn zou moeten worden uitgebreid met een R&D-faciliteit. De achterliggende idee is het creëren van een minimumstandaard voor het bevorderen van R&D binnen de EU die de concurrentiepositie van de EU versterkt. De voorgestelde R&D faciliteit introduceert een aftrek voor investeringen in R&D-gerelateerde materiële vaste activa, inclusief gebouwen, machines en installaties die ten minste drie jaar worden gebruikt. Op basis van de voorgestelde R&D-faciliteit moeten aanschafkosten ten laste van de winst kunnen worden gebracht in het jaar van de uitgave of over een periode van de vier daaropvolgende jaren.
Overige maatregelen
In aanvulling op bovenstaande maatregelen bevat het Omnibusvoorstel nog de volgende maatregelen:
- Verbreding reikwijdte van de General Anti-Abuse Rule (‘GAAR’). De GAAR geldt in zijn huidige vorm enkel voor de winstbelastingen voor ondernemingen. Voorgesteld wordt om de GAAR van toepassing te laten zijn op alle belastingen waaraan ondernemingen zijn onderworpen. Hierdoor zouden ook de dividendbelasting, conditionele bronbelasting en de minimumbelasting binnen de reikwijdte van de GAAR vallen.
- Aanpassing en beperking reikwijdte van de CFC-maatregel. Voorgesteld wordt de CFC-maatregel op twee punten aan te passen. Het eerste punt is de door Nederland geïmplementeerde ‘Model B’-variant van de CFC-regeling (kort gezegd, CFC-heffing op grond van transfer pricing) te laten vervallen. Het tweede punt is het uitzonderen van kleine en middelgrote ondernemingen en Pijler-2 groepen van de reikwijdte van de CFC-maatregel.
- Afschaffing geïmporteerde hyridemismatches. Voorgesteld wordt om de geïmporteerde hybridemismatches uit de ATAD2-richtlijn te verwijderen.
- Verduidelijking en versimpeling van de EU-Geschilbeslechtingsrichtlijn. Verschillende wijzigingen worden voorgesteld in de EU-Geschilbeslechtingsrichtlijn ter verduidelijking en vereenvoudiging.
- Uitbreiding reikwijdte FASTER-richtlijn. Voorgesteld wordt dat de FASTER-richtlijn ook ziet op teruggaaf van bronbelasting als gevolg van de moeder-dochterrichtlijn of de rente- en royaltyrichtlijn.
Commentaar KPMG Meijburg & Co
Het Omnibusvoorstel is een ambitieus richtlijnvoorstel van de Europese Commissie dat beoogt administratieve versoepelingen en lastenverlichtingen te introduceren voor belastingplichtigen. Met de voorgestelde administratieve versoepelingen en lastenverlichtingen breekt de Europese Commissie ook met de sinds 2014 ingezette trend waarbij de fiscale maatregelen vooral zagen op het beschermen van de belastinggrondslag van lidstaten en de uitbreiding van administratieverplichtingen. De achterliggende idee van de breuk met deze trend lijkt te zijn om de groei en het concurrentievermogen van de communautaire interne markt te bevorderen.
De grote vraag die het Omnibusvoorstel oproept is wat de politieke haalbaarheid gaat zijn. Het Omnibusvoorstel is namelijk slechts een voorstel van de Europese Commissie. De lidstaten moeten hier nog over onderhandelen en de richtlijn kan als gevolg daarvan nog wijzigen. In het licht van de (vermoedelijk aanzienlijke) budgettaire derving die gepaard zou gaan met de voorgestelde maatregelen (als gevolg van meer renteaftrek toestaan, minder bronheffing kunnen heffen en een R&D-faciliteit toestaan) en het feit dat de lidstaten unaniem moeten instemmen, ligt het in de lijn der verwachting dat de richtlijn nog wijzigingen zal ondergaan.
Wil je meer weten, neem dan contact op met je gebruikelijke Meijburgadviseur.