A-G HvJ: transfer pricing-correcties vormen in casu voor de btw aanpassing van prijs van eerdere verkopen
Op 15 januari 2026 is de conclusie van advocaat-generaal Kokott (‘A-G’) bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘HvJ EU’) verschenen in de zaak Stellantis Portugal (C-603/24, ‘Stellantis PT’). De A-G geeft hierin haar visie op de btw-behandeling van transfer pricing-correcties tussen de verkoopentiteit Stellantis PT en fabrikanten in de groep om bij Stellantis PT tot een vaste winstmarge te komen. De A-G concludeert dat in dit geval de transfer pricing-correcties voor de btw moeten worden gezien als opwaartse of neerwaartse aanpassingen van de oorspronkelijke prijzen van eerdere verkopen aan Stellantis PT. Hieronder gaan we in op de conclusie van de A-G.
1. Feiten en achtergrond
Stellantis PT is onderdeel van een internationale groep die zich bezighoudt met de ontwikkeling en verkoop van auto’s en auto-onderdelen. Stellantis PT is een verkoopentiteit binnen die groep en koopt auto’s in bij andere Europese groepsmaatschappijen (de fabrikanten) en verkoopt deze door aan Portugese dealers. De Portugese dealers verkopen de auto’s vervolgens aan eindconsumenten. Binnen de Stellantis-groep is op basis van transfer pricing-beleid een vaste winstmarge voor Stellantis PT afgesproken. Gedurende het jaar schatten de fabrikanten in wat de verwachte verkoopprijzen en kosten van Stellantis PT zullen zijn en bepalen op basis daarvan de (voorlopige) prijs die Stellantis PT voor de inkoop van de auto’s betaalt. Gedurende het jaar houdt Stellantis PT haar werkelijke kosten en verkoopopbrengsten bij. Op basis daarvan vinden iedere drie maanden transfer pricing-correcties tussen de fabrikanten en Stellantis PT plaats (positief of negatief) om tot de afgesproken winstmarge van Stellantis PT te komen.
Een van de kostenposten van Stellantis PT vormen reparaties van de auto’s. Als er iets mis blijkt te zijn met een auto (terugroepactie, gebrek in garantieperiode enzovoorts), wordt dit verholpen door de dealers. Volgens de afspraken tussen Stellantis PT en de dealers brengen de dealers de kosten voor deze reparaties met Portugese btw in rekening bij Stellantis PT. Stellantis PT rapporteert deze kosten (en andere kosten) aan de Europese fabrikanten waarvan zij de auto’s heeft gekocht. De rapportage van opbrengsten en kosten leidde tot de genoemde transfer princing-correcties.
Stellantis PT en de fabrikanten namen het standpunt in dat deze correcties de oorspronkelijke verkoopprijzen voor de verkopen van de auto’s van de fabrikanten aan Stellantis PT aanpasten en reikten daarvoor correctiefacturen uit. De Portugese Belastingdienst gaat er echter van uit dat in de transfer pricing-correcties een bedrag ligt besloten dat betrekking heeft op de reparatiekosten en neemt het standpunt in dat dit bedrag de vergoeding vormt voor een reparatiedienst van Stellantis PT aan de fabrikanten. Hierover zou (destijds) Portugese btw zijn verschuldigd en hiervoor zijn naheffingsaanslagen opgelegd. De Portugese rechter heeft aan het HvJ EU gevraagd of dit inderdaad de correcte btw-behandeling is van de transfer pricing-correcties.
2. Conclusie van de A-G
De A-G is het niet eens met het standpunt van de Portugese belastingdienst dat de transfer pricing-correcties moeten worden aangemerkt als een vergoeding voor een afzonderlijke reparatiedienst van Stellantis PT aan de fabrikanten. De A-G weegt hierin mee dat de transfer pricing-correcties in de praktijk zowel positieve als negatieve bedragen kunnen zijn. Zij kan dit niet rijmen met het standpunt dat een reparatiedienst tegen vergoeding wordt verricht. Dan zouden immers altijd de fabrikanten moeten betalen aan Stellantis PT.
Bovendien merkt de A-G op dat er geen reparatiediensten zijn overeengekomen tussen de fabrikanten en Stellantis PT. Louter het feit dat de door Stellantis gedragen kosten voor reparatie de prijsstelling van de ingekochte auto’s beïnvloeden, betekent niet dat een aparte dienst van Stellantis PT aan de fabrikanten kan worden aangenomen. De A-G gaat (logischerwijs) niet in op de kostendoorbelasting tussen de dealers en Stellantis PT. De vraag kan gesteld worden of in die relatie wel reparatiediensten zijn overeengekomen.
Volgens de A-G dienen de transfer pricing-correcties in dit geval te worden aangemerkt als aanpassingen (naar boven of naar beneden) van de oorspronkelijke (geschatte) prijzen voor de leveringen van auto’s door de fabrikanten aan Stellantis PT. Hierdoor verandert voor de btw de maatstaf van heffing van de eerdere leveringen van auto’s en hiervoor dienen de facturen te worden gecorrigeerd. Dit is ook precies wat de fabrikanten en Stellantis PT hebben gedaan.
De A-G gaat in haar conclusie vervolgens in meer algemene zin in op de btw-behandeling van transfer pricing-correcties. Daarbij stelt de A-G dat er geen eenduidig antwoord is op de vraag hoe transfer pricing-correcties binnen de btw behandeld dienen te worden, omdat winstaanpassingen in beginsel een voor de btw wezensvreemd element vormen. De uitkomst van dergelijke aanpassingen kan daarom van geval tot geval verschillen. Wel onderscheidt zij drie hoofdcategorieën:
- Transfer pricing-correcties die eenzijdig door de belastingdienst worden doorgevoerd bij de bepaling van de winstbelastingen
Deze correcties vallen volgens de A-G buiten de btw-sfeer en leiden niet tot btw-correcties. De btw gaat immers uit van ‘echte’ betalingen tussen twee partijen, waarbij de ene partij hetzelfde bedrag ontvangt als de andere partij betaalt. Dit is bij eenzijdige correcties door de Belastingdienst niet steeds het geval, aldus de A-G, en daarom moeten deze correcties voor de btw worden genegeerd. - Transfer pricing-correcties die worden doorgevoerd ten gevolge van daadwerkelijk overeengekomen en verrichte diensten tussen groepsentiteiten
In dat geval is volgens de A-G sprake van btw-belastbare diensten. Dit is ook de uitkomst voor de transfer pricing correcties in de eerdere HvJ EU zaak SC Arcomet SRL (C-726/23). Zie hiervoor ons eerdere tax alert. Wel merkt de A-G op dat zij twijfels heeft over de juistheid van deze uitkomst als de transfer pricing-correctie in de praktijk zowel positief als negatief kan uitvallen. In dat geval vindt zij de transfer pricing-correctie geen vergoeding voor een echte dienst, maar eerder een ‘afrekening’ voor een fictieve dienst. Het wordt ons niet duidelijk welke btw-gevolgen zij aan deze constatering verbindt. - Transfer pricing-correcties die bedoeld zijn om de (variabele) prijs van eerdere prestaties achteraf definitief vast te stellen
Hiervan is in het onderhavige geval sprake volgens de A-G. Dergelijke transfer pricing-correcties passen volgens de A-G voor de btw de maatstaf van heffing van de eerdere prestaties aan. Zij zoekt hierbij ook aansluiting bij de jurisprudentie van het HvJ EU over de gevolgen van transfer pricing-correcties voor invoerrechten (met name het arrest in de zaak Tauritus (C-782/23)).
De A-G verzoekt het HvJ EU om in zijn arrest in te gaan op de bovenstaande drie categorieën om op die manier zo veel als mogelijk bestaande onduidelijkheden weg te nemen. De ervaring leert echter dat het HvJ EU er de voorkeur aan geeft om alleen een antwoord te geven op de in de specifieke casus gestelde vraag. Het is dus maar de vraag of het meer duidelijkheid gaat geven in het arrest dat vermoedelijk later dit jaar zal verschijnen.
3. Belang voor de praktijk
De btw-behandeling van transfer pricing-correcties is een onderwerp dat in de praktijk steeds meer aandacht krijgt. Het afgelopen jaar heeft het HvJ EU zich in verschillende zaken over dit thema uitgesproken. Belangrijk in deze zaak is dat de transfer pricing-correcties betrekking hebben op eerdere leveringen van goederen. Als de conclusie van de A-G wordt gevolgd, betekent dit dat de transfer pricing-correcties niet worden aangemerkt als vergoedingen voor door Stellantis PT verrichte afzonderlijke reparatiediensten, maar als aanpassingen van de oorspronkelijke prijzen (naar boven of naar beneden) van eerdere verkopen van auto’s door de fabrikanten aan Stellantis PT. Dit kan complexe gevolgen hebben, omdat dan per transfer pricing-correctie moet worden beoordeeld en vastgesteld aan welke eerdere leveringen deze kan worden toegerekend, hiervoor gecorrigeerde facturen moeten worden uitgereikt en de maatstaf van heffing van die eerdere levering in de juiste btw-aangiften moet worden aangepast.
Mogelijk kan deze complexiteit voorkomen worden door de transfer pricing-correcties aan te merken als vergoeding voor een afzonderlijke dienst. De A-G legt er terecht veel nadruk op dat de btw-behandeling van transfer pricing-correcties mede afhangt van wat tussen partijen hierover is overeengekomen. Als er feitelijk afzonderlijke dienstverlening (bijvoorbeeld marketing) is te onderkennen, dan lijkt het, indien wenselijk, met goede vastlegging van afspraken mogelijk om te bepalen dat transfer pricing-correcties – zeker als ze inde praktijk steeds ‘één kant’ op gaan – betrekking hebben op deze dienstverlening (hoofdcategorie 2 hierboven) en geen aanpassingen vormen van de prijsstelling van eerdere prestaties (hoofdcategorie 3).
Het is nu aan het HvJ EU om een definitief oordeel te vellen in de Stellantis-zaak. Het is voor jouw organisatie echter nu al van belang om de verschillende transfer pricing-afspraken goed in beeld te hebben, deze op juiste wijze vast te leggen in de documentatie en overeenkomsten tussen de betrokken groepsmaatschappijen en op basis hiervan de btw-behandeling te bepalen. Dit wordt nog belangrijker gezien de ontwikkelingen op het gebied van e-invoicing en digitale rapportage in verschillende landen. Deze leiden ertoe dat veel sneller dan voorheen gefactureerd dient te worden en de facturen soms ook direct aan de belastingautoriteiten dienen te worden gerapporteerd. Correcties van de maatstaf van heffing achteraf dienen vervolgens ook weer op factuurniveau te worden gecorrigeerd. Dit vraagt om goede en duidelijke vastlegging en processen.
Heb je vragen of wil je verder praten over de gevolgen van transfer pricing-correcties in jouw organisatie? De adviseurs van de Indirect Tax Group van Meijburg & Co denken graag met je mee. Neem gerust contact op met een van onze specialisten of je vaste aanspreekpunt.