Hoge Raad: belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting moet worden verminderd
Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de belastingrenteprocedure van een cliënt van KPMG Meijburg & Co. In dit arrest oordeelt de Hoge Raad dat het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting in 2022 en 2023 in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en moet worden verminderd. De Hoge Raad laat zich eveneens uit over de bredere gevolgen van dit oordeel voor de jaren vanaf 2024 en de overige belastingen.
De Hoge Raad oordeelt dat er geen rechtvaardiging is om een hoger percentage te rekenen aan belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting en dat deze belastingrente gelijk moet zijn aan het lagere belastingrentepercentage voor de overige belastingen. De Hoge Raad oordeelt tevens dat dit lagere belastingrentepercentage zelf evenredig is.
Hierna bespreken wij de aanloop naar het arrest, de beslissing van de Hoge Raad en de gevolgen voor de praktijk.
Feiten en rechtbankuitspraak
Het arrest ziet op een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2021, in het bijzonder de daarbij in rekening gebrachte belastingrente over de periode van 1 juli 2022 tot en met 26 augustus 2023. De rente werd vastgesteld op 8% van de verschuldigde belasting, overeenkomstig het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi).
Op 7 november 2024 besliste Rechtbank Noord-Nederland dat de belastingrente van 8% voor de vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Daarom verklaarde de rechtbank de betreffende bepaling in het Bbi onverbindend, en stelde zij de verschuldigde belastingrente vast op 4% van het belastingbedrag. In een eerder bericht zijn wij nader ingegaan op de rechtbankuitspraak. Tegen deze uitspraak is sprongcassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
Beslissing Hoge Raad
Belastingrente is verschuldigd indien een bedrag aan belasting is verschuldigd en niet tijdig een voorlopige aanslag is aangevraagd, niet tijdig een aangifte is ingediend, of van een tijdig ingediende aangifte wordt afgeweken. Tot 1 januari 2024 bedroeg de belastingrente in de vennootschapsbelasting 8% van de verschuldigde belasting. Dit tarief is zo hoog, omdat het was gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties. Sinds 1 januari 2024 is de koppeling met de wettelijke rente voor handelstransacties vervangen door een koppeling aan de ECB-rente.
De Hoge Raad heeft de Rechtbank en de A-G gevolgd door te oordelen dat de betreffende bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente (artikel 1, letter b) onverbindend moet worden verklaard vanwege strijdigheid met het evenredigheidsbeginsel. Er zijn geen redelijke rechtvaardigingsgronden om een hogere belastingrente te rekenen aan vennootschapsbelastingplichtigen. De Hoge Raad oordeelt dan ook dat moet worden aangesloten bij het percentage dat geldt voor de overige belastingen, zoals de inkomstenbelasting en de omzetbelasting.
Ten overvloede oordeelt de Hoge Raad dat dat ook geldt voor de jaren vanaf 2024. Ook oordeelt de Hoge Raad vervolgens dat de belastingrente die wordt berekend voor de overige middelen niet disproportioneel hoog is en zodoende in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel is. Dit resulteert in de volgende belastingrentepercentages voor alle belastingplichtigen (met daarnaast het onverbindend verklaarde hogere percentage):
| Periode | Percentage | Onverbindende hogere percentage |
| Vanaf 1-1-2026 | 5 | 7,5 |
| 1-1-2025 tot en met 31-12-2025 | 6,5 | 9 |
| 1-1-2024 tot en met 31-12-2024 | 7,5 | 10 |
| 1-7-2023 tot en met 31-12-2023 | 6 | 8 |
| 1-1-2022 tot en met 30-06-2023 | 4 | 8 |
Massaalbezwaarprocedures
Het onderhavige arrest van de Hoge Raad heeft gevolgen voor de bezwaren ten aanzien van het hogere belastingrentepercentage die zijn aangemerkt als massaal bezwaar. Deze bezwaren zullen langs de lijnen van het arrest worden afgedaan. De bezwaren zullen, gelet op het oordeel van de Hoge Raad, worden gehonoreerd en het belastingrentepercentage zal moeten worden verlaagd naar een belastingrentepercentages conform bovenstaande tabel.
In overwegingen ten overvloede beslist de Hoge Raad dat de belastingrente voor de overige middelen niet in strijd is met algemene rechtsbeginselen en ook niet met Europees recht. Deze belastingrente zal dus niet worden verminderd. Dit betekent dat:
- de bezwaren tegen het hogere belastingpercentage gegrond moeten worden verklaard en dat het belastingrentepercentage, afhankelijk van de relevante periode waarop de belastingrente ziet, naar beneden zal moeten worden bijgesteld in lijn met bovenstaande tabel.
- de bezwaren tegen de belastingrente voor de overige middelen ongegrond verklaard moeten worden en niet tot een vermindering zullen leiden.
Wat als je nog geen bezwaar hebt gemaakt?
Indien er op reeds opgelegde belastingaanslagen belastingrente is berekend waartegen nog geen bezwaar is gemaakt, raden wij aan om te beoordelen of het nog mogelijk is om tegen deze aanslagen bezwaar te maken. Voor definitieve aanslagen en navorderingsaanslagen geldt een bezwaartermijn van zes weken. Indien de belastingrente is berekend op een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting, kan een verzoek om herziening worden ingediend tot zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag.
Wil je meer weten, neem dan gerust contact op met ons of met je gebruikelijke Meijburgadviseur.