Welke inkomsten vallen in box 3?
Box 3 omvat het inkomen uit sparen en beleggen. Hieronder valt bijvoorbeeld spaargeld, beleggingen in effecten, verhuurde woningen, vakantiewoningen en crypto’s. Maar ook vorderingen op familieleden, zoals een lening aan een kind voor de aankoop van een woning kan in box 3 vallen. Heb je een aandelenbelang van minder dan 5% in een onderneming? Ook dan is box 3 van toepassing. Box 3 is dus met name relevant voor familieleden met kleinere belangen of voor het vermogen dat buiten de onderneming wordt aangehouden.
Van forfaitair naar werkelijk rendement
Sinds 2001 wordt het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) op forfaitaire wijze bepaald. Vanaf 1 januari 2017 werden verschillende forfaitaire rendementen onderkend en werd gedifferentieerd naar de omvang van het vermogen (hierna: 2017-stelsel). De Hoge Raad besliste op 24 december 2021 in het Kerstarrest dat dit 2017-stelsel in strijd was met bepaalde grondrechten van de belastingplichtige voor gevallen waarin het forfaitaire rendement hoger was dan het werkelijke rendement. Rechtsherstel was daarom noodzakelijk, aldus de Hoge Raad, en wel via een heffing over het werkelijke rendement. Wat een heffing over het werkelijke rendement inhield, zei de Hoge Raad toentertijd niet. Dat werd aan de wetgever overgelaten.
De nieuwe wetgeving
De nieuwe wetgeving rondom de box 3-belasting zal naar verwachting per 1 januari 2028 in werking treden. Tot die tijd geldt voor de jaren vanaf 2017 een (complex) overgangs- en herstelregime. Daarin wordt in beginsel nog steeds gewerkt met forfaitaire rendementen, maar belastingplichtigen kunnen – in bepaalde gevallen – proberen aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement, om zo een teruggaaf van de box 3-heffing te krijgen.
Belastingtarieven box 3 in 2025 en 2026
Het belastingtarief over het box 3-inkomen bedraagt in 2025 en 2026 36%. In 2025 is het heffingsvrij vermogen €57.684 per persoon of €115.368 voor fiscale partners samen. Het heffingsvrij vermogen in 2026 bedraagt € 59.357 per persoon, voor fiscale partners is dit samen € 118.714. Over het vermogen boven deze grens wordt belasting geheven.
Laatste ontwikkelingen box 3
De nieuwe box 3-wet is aangenomen door de Tweede Kamer, maar de Eerste Kamer is er nog niet uit. Er is dan ook nog veel onduidelijkheid over de invulling van deze nieuwe wetgeving. Benieuwd naar de laatste ontwikkelingen rondom box 3?
Box 3: het nieuwe stelsel vanaf 2028
Naar verwacht zal per 1 januari 2028 een volledig nieuw box 3-stelsel in werking treden. Het voorgestelde nieuwe stelsel betreft een hybride stelsel met als hoofdregel een vermogensaanwasbelasting en als uitzondering een vermogenswinstbelasting voor bepaalde vermogensbestanddelen:
Vermogensaanwasbelasting
Voor de meeste bezittingen en schulden is gekozen voor een vermogensaanwasregime. Op basis van dit regime wordt jaarlijks belasting geheven over enerzijds de reguliere voordelen uit vermogen – zoals rente, dividend en huur – verminderd met de aftrekbare kosten, en anderzijds de (positieve of negatieve) gerealiseerde én ongerealiseerde waardemutaties van vermogensbestanddelen in het betreffende jaar, zoals koerswinst of -verlies op aandelen, eveneens verminderd met aftrekbare kosten. Op basis van dit regime ben je al belasting verschuldigd over de waardestijging van je effecten, terwijl je dit rendement nog niet daadwerkelijk hebt gerealiseerd. Oftewel: een belastingheffing over ‘papieren winst’.
Vermogenswinstbelasting
Voor onroerende zaken en aandelen of winstbewijzen in zogenoemde startende ondernemingen geldt een andere systematiek: een vermogenswinstregime. Op basis van dit regime wordt jaarlijks ook belasting geheven over de reguliere voordelen uit vermogen – zoals rente, dividend en huur – verminderd met aftrekbare kosten. Waardemutaties van vermogensbestanddelen, de zogenoemde vervreemdingsvoordelen, worden echter pas belast wanneer deze zijn gerealiseerd. Dit is een belangrijk verschil tussen het vermogensaanwasregime en het vermogenswinstregime.
Aandachtspunten box 3
Box 3 raakt direct het privévermogen van vermogende particulieren en aandeelhouders van familiebedrijven. Wat zijn de belangrijkste gevolgen?
Vastgoed in box 3
Vastgoed in box 3 is duur geworden. Kosten - zoals onderhoudsuitgaven - zijn onder het huidige box 3 stelsel – zowel onder het forfaitaire stelsel als de wet tegenbewijsregeling - niet aftrekbaar. Onder het voorgestelde nieuwe stelsel dat moet ingaan vanaf 2028 worden onderhoudskosten wel aftrekbaar. Verder geldt vanaf 2026 een vastgoedbijtelling voor het eigen gebruik van een tweede woning en onder het voorgestelde nieuwe stelsel (naar verwachting vanaf 2028) moet het werkelijk rendement worden bepaald van het vastgoed. Ook hier zal in bepaalde gevallen sprake zijn van een vastgoedbijtelling.
Gezien de nieuwe regels die van toepassing zijn op box 3 vastgoed, is het belangrijk om hier goed rekening mee te houden bij de vermogensplanning. Zeker omdat het overhevelen van bestaand vastgoed naar box 2 overdrachtsbelasting met zich meebrengt.
Liquiditeitsdruk
Het grootste knelpunt van de nieuwe box 3 wetgeving is de liquiditeitsdruk. Door de vermogensaanwasbelasting kan iemand belasting verschuldigd zijn over vermogenswinsten die nog niet zijn gerealiseerd. Bij een effectenportefeuille zou je een deel kunnen verkopen, ook al is dat vaak niet wenselijk, maar bij vastgoed of een belang in een (familie)bedrijf is dat een heel andere beslissing.
Hoe kan Meijburg helpen?
Box 3 is een onderwerp dat veel families en familiebedrijven raakt en heeft gevolgen voor keuzes die je nu maakt: van vastgoed en leningen binnen de familie tot de inrichting van je vermogen. Door de complexiteit en voortdurende veranderingen vraagt het box 3-vermogen om specialistische begeleiding. Bij KPMG Meijburg & Co volgen onze adviseurs de wet- en regelgeving op de voet en vertalen wij de ontwikkelingen naar concrete, praktische stappen voor jouw situatie.
Wij:
- brengen je huidige box 3-positie in kaart en beoordelen of die nog past bij de aankomende wetgeving;
- wegen af of vermogensbestanddelen zoals vastgoed en beleggingen nog logisch zijn gestructureerd in box 3, of dat de overdracht naar een BV verstandiger is;
- adviseren over leningen binnen de familie of met de eigen BV, rekening houdend met het nieuwe zakelijkheidsbeginsel;
- denken mee over liquiditeitsplanning, zodat zodat je straks niet voor verrassingen komt te staan en kunt profiteren van de mogelijkheden onder de nieuwe regelgeving.
Box 3-advies op maat
Elke familiesituatie is uniek. Of je nu concrete vragen hebt over je box 3-vermogen of gewoon wilt weten waar je staat, wij denken graag met je mee.
Veelgestelde vragen
Wat valt er onder box 3?
Box 3 omvat inkomen uit sparen en beleggen, zoals spaargeld, effecten, vastgoed dat niet als eigen woning wordt gebruikt, crypto’s, maar ook familieleningen kunnen onder box 3 vallen. Aandelenbelangen van 5% of meer vallen in box 2 en dus buiten box 3. Niet al je bezittingen worden belast in box 3. Bepaalde goederen voor eigen gebruik zonder beleggingsoogmerk zijn niet belast in box 3, zoals auto’s, boten, inboedel van de woning, kunst en sieraden die je voornamelijk privé gebruikt. Houd er wel rekening mee dat luxe goederen die je vooral als belegging aanhoudt (zoals kunstcollecties, klassieke auto’s of horloges als investering) wél tot je box 3-vermogen kunnen worden gerekend.
Aan de andere kant verlagen bepaalde schulden in box 3 (zoals familieleningen voor beleggingen of box 3-vastgoed) je belastbare grondslag, voor zover deze schulden boven een wettelijke drempel uitkomen.
Hoe wordt de belasting in box 3 momenteel berekend?
Onder het forfaitaire stelsel wordt de belasting in box 3 berekend over het box 3 vermogen dat je bezit op 1 januari van het belastingjaar. Er geldt een heffingsvrij vermogen: over het bedrag daarboven wordt belasting geheven. De tegenbewijsregeling in box 3 kan worden toegepast als het werkelijk rendement van je totale box 3-vermogen lager is dan het forfaitair rendement. In dat geval wordt in box 3 uitgegaan van het lagere werkelijk rendement. Het werkelijk rendement moet je zelf doorgeven aan de Belastingdienst.
Wat zijn de vrijstellingen en tarieven voor box 3 in 2025 en 2026?
Het belastingtarief over het box 3-inkomen bedraagt in 2025 en 2026 36%. In 2025 is het heffingsvrij vermogen €57.684 per persoon of €115.368 voor fiscale partners samen. Het heffingsvrij vermogen in 2026 bedraagt € 59.357 per persoon, voor fiscale partners is dit samen € 118.714. Over het vermogen boven deze grens wordt belasting geheven.
Hoe kan ik mijn box 3-vermogen fiscaal optimaliseren?
Er zijn verschillende mogelijkheden, maar die hangen sterk af van je persoonlijke situatie. Denk aan het onderbrengen van beleggingen in een BV of het aanpassen van bepaalde financieringsstructuren. Belangrijk is dat sommige keuzes die je nu maakt moeilijk terug te draaien zijn. Daarom is het van belang om tijdig advies in te winnen.