Hoge Raad beslist: geen box 3-rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers over 2017-2020

25 juni 2026
Hoge Raad beslist: geen box 3-rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers over 2017-2020

Op 25 juni 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in twee zaken over niet-bezwaarmakers in box 3. Deze zaken maken deel uit van de zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure. Op 8 mei 2026 adviseerde advocaat-generaal Pauwels de Hoge Raad al om de cassatieberoepen ongegrond te verklaren. De Hoge Raad heeft dat advies gevolgd. In dit nieuwsbericht bespreken wij waarover het arrest gaat en wat dit voor de praktijk betekent.

Kerstarrest

In het roemruchte Kerstarrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de per 1 januari 2017 geldende wettelijke systematiek voor de inkomstenbelastingheffing over inkomen uit sparen en beleggen (box 3) op stelselniveau in strijd is met het recht op vrije genot van eigendom in combinatie met het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de gedupeerde belastingplichtigen recht hebben op rechtsherstel indien de heffing op basis van het wettelijke forfait hoger is dan de heffing op basis van het werkelijke rendement. Het Kerstarrest zag specifiek op de belastingjaren 2017 tot en met 2020.

Ambtshalve vermindering

Na het Kerstarrest kwamen belastingplichtigen in actie die niet tijdig, dat wil zeggen niet binnen de wettelijke bezwaartermijn van zes weken, bezwaar hadden gemaakt tegen hun aanslag. Deze groep niet-bezwaarmakers beriep zich op de regeling voor ambtshalve vermindering, op grond waarvan een belastingplichtige binnen vijf jaar na het einde van het belastingjaar kan verzoeken om ambtshalve vermindering van een aanslag. Die regeling kent echter een belangrijke beperking: de inspecteur verleent geen ambtshalve vermindering als de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit jurisprudentie die pas is gewezen nadat de aanslag onherroepelijk is komen vast te staan. Dit wordt ook wel de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering genoemd.

Massaalbezwaarplus

In mei 2022 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het Kerstarrest voor niet-bezwaarmakers kwalificeert als nieuwe jurisprudentie in de zin van deze regeling. Daarmee lag het voor de hand dat niet-bezwaarmakers in beginsel geen recht zouden hebben op ambtshalve vermindering naar aanleiding van het Kerstarrest. Toch werd de zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure opgestart om aan de Hoge Raad te vragen of het onderscheid tussen bezwaarmakers en niet-bezwaarmakers (onder meer) discriminatoir was en/of in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De twee arresten van 25 juni 2026 geven een antwoord op die vraag.

Geen uitzondering voor niet-bezwaarmakers

Aansluitend op het arrest van mei 2022 heeft de Hoge Raad in de uitspraken van vandaag beslist dat geen aanleiding bestaat om voor niet-bezwaarmakers een uitzondering te maken op de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering. Dat betekent dat de inspecteur niet gehouden is om aanslagen ambtshalve te verminderen als die aanslagen al onherroepelijk vaststonden voordat het Kerstarrest werd gewezen. De Hoge Raad laat daarmee de bestaande wettelijke systematiek leidend zijn. De niet-bezwaarmakers zijn in deze procedure dus in het ongelijk gesteld.

De staatssecretaris van Financiën zal binnen zes weken nog een collectieve uitspraak op bezwaar moeten doen met inachtneming van dit arrest. De ministeriële bevoegdheid om in afwijking van de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering toch ambtshalve vermindering te verlenen, blijft formeel bestaan. Vrijwel zeker zal daarvan echter geen gebruik worden gemaakt. Daarmee lijkt de massaalbezwaarplusprocedure voor de niet-bezwaarmakers over de jaren 2017 tot en met 2020 materieel tot een einde te zijn gekomen.

Het arrest in breder perspectief

Dit arrest bevestigt dat belastingplichtigen over de jaren 2017 tot en met 2020 alleen rechtsherstel kunnen krijgen als zij tijdig bezwaar hebben gemaakt, of als hun aanslag op het moment van het Kerstarrest nog niet onherroepelijk vaststond en zij tijdig om ambtshalve vermindering hebben verzocht. Daarbij blijft gelden dat rechtsherstel alleen aan de orde is voor zover de heffing op basis van het wettelijke forfait hoger is dan de heffing op basis van het werkelijke rendement.

Toch ambtshalve vermindering?

Voor zover aanslagen pas na de datum van het Kerstarrest onherroepelijk zijn komen vast te staan en tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering is gedaan, kan de inspecteur nog ambtshalve vermindering verlenen. De nieuwe-jurisprudentie-uitzondering staat daaraan dan niet in de weg. Voor de belastingjaren 2017 tot en met 2020 is de vijfjaarstermijn voor het doen van een verzoek om ambtshalve vermindering inmiddels verstreken. Vanaf 1 januari 2026 kunnen voor deze jaren dus geen nieuwe verzoeken meer worden ingediend die nog tot ambtshalve vermindering kunnen leiden.

Latere jaren

Tot slot merken wij op dat het arrest van vandaag ziet op de belastingjaren 2017 tot en met 2020. Voor latere jaren ligt de positie anders, omdat aanslagen over die jaren ten tijde van het Kerstarrest in de regel nog niet onherroepelijk vaststonden. Voor die jaren moet daarom afzonderlijk worden beoordeeld of, en zo ja op welke wijze, nog rechtsherstel kan worden verkregen.

Slot

Eerder verschenen diverse Meijburgpublicaties over box 3, waarin wij ook de andere belastingjaren bespreken (zie onder meer hierhier en hier). Wij blijven je op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen rond het rechtsherstel in box 3.

Wil je meer weten? Neem dan gerust contact op met ons of met je gebruikelijke Meijburgadviseur. Heb je specifiek ondersteuning nodig bij een procedure of bij de beoordeling van je box 3-positie? Dan staat ons Tax Controversy & Litigation-team klaar om je bij te staan.

© 2026 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.